Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Datum vonnis: 10 maart 2025
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 10 maart 2025 het verzoek van een huurder om een moratorium te verkrijgen ter voorkoming van ontruiming van zijn woning wegens huurachterstand. Sinds 3 februari 2025 is er beschermingsbewind ingesteld en recent is schuldhulpverlening aangevraagd. De schuldenlast bedroeg op 17 februari 2025 ruim €13.000, waarvan een aanzienlijk deel aan de verhuurder.
De verhuurder stelde dat er naast huurachterstand ook sprake was van overlast, maar deze overlast was niet de grondslag voor de ontbinding van de huurovereenkomst. De rechtbank overwoog dat het moratorium bedoeld is om een minnelijk traject mogelijk te maken en dat het belang van de schuldenaar bij het treffen van een regeling voorop staat, tenzij dit het belang van de schuldeiser onevenredig schaadt.
Gezien de recente beschermingsbewindvoering, de betrokkenheid van schuldhulpverlening en het feit dat de overlast niet de reden voor ontbinding was, besloot de rechtbank het moratorium toe te wijzen voor drie maanden, korter dan de gevraagde zes maanden. De verhuurder is verboden om de woning te ontruimen gedurende deze periode, tenzij de huurder niet tijdig en volledig de huur voldoet. De rechtbank benadrukte dat de huurder deze kans moet benutten om zijn situatie te verbeteren.
Uitkomst: Moratorium toegekend voor drie maanden ter voorkoming van woningontruiming wegens huurachterstand.