ECLI:NL:RBOVE:2025:3133
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige beëindiging WIA-uitkering door UWV wegens onvoldoende motivering GBM
Eiser ontving sinds november 2018 een WIA-uitkering die het UWV per 5 september 2023 wilde beëindigen. Na bezwaar werd de beëindigingsdatum aangepast naar 2 april 2024. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep en deed eerst een tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat geen benutbare mogelijkheden (GBM) meer bestonden.
Het UWV leverde vervolgens aanvullend medisch rapport en informatie van behandelaren, maar de rechtbank oordeelde dat deze informatie het motiveringsgebrek niet herstelde. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had onvoldoende onderbouwing gegeven over de ernst van de klachten, medicatie en testbaarheid van eiser. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser op de beoordelingsdatum over benutbare mogelijkheden beschikte.
Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat werkzaamheden als zelfstandige in 2023 daadwerkelijk door eiser waren verricht, waardoor dit geen reden was om de uitkering te beëindigen. De rechtbank concludeerde dat het UWV het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering ten onrechte had genomen en vernietigde het besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het UWV heeft de WIA-uitkering ten onrechte beëindigd; het besluit wordt vernietigd en de uitkering wordt voortgezet.