ECLI:NL:RBOVE:2025:3253
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen besluit college inzake AVG-verzoek over persoonsgegevens gerelateerd aan RIEC-brief
Eiser verzocht het college om inzage in zijn persoonsgegevens die gerelateerd zijn aan een brief van het Regionale Informatie- en Expertisecentrum Oost-Nederland (RIEC ON) van 7 februari 2019. Het college heeft dit verzoek toegewezen en een overzicht van de verwerkte persoonsgegevens verstrekt, inclusief de betreffende brief. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het verzoek te beperkt was opgevat en dat er meer persoonsgegevens verwerkt zouden zijn dan door het college is overgelegd.
De rechtbank overwoog dat het AVG-verzoek van eiser duidelijk was geformuleerd en dat het college het verzoek niet ruimer hoefde op te vatten dan inzage in persoonsgegevens gerelateerd aan de RIEC-brief. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er meer persoonsgegevens zijn dan verstrekt. De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat het college de bewijslast droeg om aan te tonen dat er geen aanvullende persoonsgegevens zijn.
Verder werd geoordeeld dat het college als convenantpartner binnen het RIEC alleen verantwoordelijk is voor de persoonsgegevens die het zelf verwerkt of ontvangt, en niet voor gegevens die andere convenantpartners verwerken zonder deze te delen. Eiser kon ook niet aantonen dat er meer gegevens in de interne systemen van het college aanwezig zijn die onder het verzoek vallen.
Het verzoek van eiser om getuigen te horen werd afgewezen, omdat hij dit tijdig had moeten aangeven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het college correct heeft gehandeld en eiser geen recht heeft op vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het college heeft het AVG-verzoek correct behandeld.