Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
HODES HUISVESTING B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Goor
1.[gedaagde 1],wonende te [woonplaats 1],
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats 2],
1.De procedure
2.De beoordeling
€ 19.905,96
Rechtbank Overijssel
Hodes Huisvesting B.V. vordert betaling van een huurachterstand van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] na herberekening van huurverhogingen vanaf 2021. De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis en stelt dat de huurverhogingen moeten worden berekend aan de hand van het laagste percentage tussen de CPI en het wettelijke maximum volgens art. 7:248 lid 3 BW Pro.
Na een gedetailleerde berekening van de huurprijzen per jaar, waarbij de juiste percentages voor de CPI en wettelijke maxima zijn gehanteerd, blijkt dat de gedaagden in feite te veel hebben betaald over de periode tot en met 2024. Omdat zij geen tegenvordering hebben ingesteld, kan de kantonrechter de gevorderde huurachterstand niet toewijzen. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt eveneens afgewezen, aangezien de achterstand grotendeels is voldaan en er sprake is van een eenmalige tekortkoming.
Wel wordt de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten toegewezen voor het bedrag dat tijdens de procedure is betaald. Daarnaast worden de gedaagden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, waaronder griffierecht en gemachtigdenkosten, omdat de discussie over de huurverhogingen geen van beide partijen volledig gelijk gaf.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken door mr. U. van Houten op 20 mei 2025.
Uitkomst: De vordering tot huurachterstand wordt afgewezen, maar de gedaagden worden veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.