Iederslapen heeft een auto geleased bij VWP Shortlease en ontving een eindfactuur van €3.651,95 na inlevering van de auto in augustus 2021. Iederslapen betaalde een deel van deze factuur, maar weigerde het resterende bedrag van €1.899,18 te voldoen, stellende dat een medewerker van het incassobureau een afspraak had gemaakt dat zij het resterende bedrag niet hoefde te betalen als zij het betwiste deel betaalde.
VWP betwistte deze afspraak en wees op een e-mail van het incassobureau waarin werd bevestigd dat Iederslapen een toelichting moest geven op de betwiste kostenposten. De kantonrechter oordeelde dat Iederslapen deze afspraak onvoldoende had onderbouwd en dat de vordering van VWP terecht was.
Daarnaast betwistte Iederslapen enkele kostenposten, zoals dubbele schadegebeurtenissen en schoonmaakkosten, maar ook deze betwistingen werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het bewijs van VWP, waaronder een inspectierapport en de leaseovereenkomst.
De kantonrechter veroordeelde Iederslapen tot betaling van het volledige resterende bedrag van de eindfactuur, de buitengerechtelijke incassokosten van €284,88, en de wettelijke handelsrente vanaf 21 januari 2025. Tevens werd Iederslapen veroordeeld in de proceskosten van €1.471,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.