ECLI:NL:RBOVE:2025:3320
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering bijzondere bijstand
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwolle om zijn bezwaren tegen openstaande vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren vanwege te late indiening.
Eiser had bezwaar gemaakt tegen terugvorderingsbesluiten van bijzondere bijstand, waaronder een lening voor inrichtingskosten uit 2013 en een terugvordering uit 2018. Het college stelde dat het bezwaar te laat was ingediend en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank bevestigt dat de wettelijke bezwaartermijn van zes weken is overschreden en dat geen verschoonbare omstandigheden zijn aangevoerd die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
Hoewel eiser betoogt dat hij slechts voor de helft van het bedrag aansprakelijk is en dat zijn Nederlandse paspoort is geblokkeerd waardoor hij niet kan reizen, oordeelt de rechtbank dat deze gronden geen reden vormen om het bezwaar alsnog ontvankelijk te verklaren. Tevens is het bezwaar gericht tegen besluiten die al voor 2020 zijn genomen, waardoor het bezwaar sowieso te laat is.
De rechtbank concludeert dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het college heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.