ECLI:NL:RBOVE:2025:3694
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft op 24 januari 2025 een bijstandsaanvraag ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Almelo, welke op 29 april 2025 werd afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 6 juni 2025. Verzoeker lichtte zijn financiële situatie toe, waarbij hij aangaf geen eigen middelen te hebben en afhankelijk te zijn van zijn ouders. Hij vreest dat de langdurige onzekerheid gevolgen kan hebben voor de omgangsregeling met zijn zoontje.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een spoedeisend belang ontbreekt omdat verzoeker bij zijn ouders woont die in zijn levensonderhoud voorzien, er geen acute dreiging van huisuitzetting, afsluiting van energie of water is, en het college heeft toegezegd voorlopig niet tot invordering over te gaan. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De inhoudelijke beoordeling van het bezwaar wordt aan het college overgelaten, met een hoorzitting gepland op 30 juni 2025.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.