Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 14 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Domijn.
Rechtbank Overijssel
Eiser huurt sinds 2019 een zelfstandige woonruimte van Domijn. Bij verstekvonnis van 11 februari 2025 werd eiser veroordeeld om binnen veertien dagen alle honden uit de woning te verwijderen, geen overlast te veroorzaken, het gehuurde schoon te houden en mee te werken aan inspecties. Bij overtreding van deze gedragsaanwijzingen kan de huurovereenkomst worden ontbonden en wordt ontruiming bevolen.
Eiser stelde groot belang bij schorsing van de executie van het vonnis, omdat zij door haar beperkte netwerk en kwetsbare situatie niet direct aan alle gedragsaanwijzingen kan voldoen. Zij is bezig de honden elders onder te brengen, maar dit is nog niet volledig gelukt. Domijn benadrukte dat zij niet gericht is op ontruiming, maar wel wil dat de honden worden verwijderd.
De rechtbank overwoog dat de tenuitvoerlegging van het vonnis in principe zonder zekerheidstelling kan plaatsvinden, tenzij het belang van de veroordeelde zwaarder weegt. Gezien de overlast veroorzaakt door de honden en het onhoudbare karakter van de huidige situatie, weegt het belang van Domijn bij verwijdering zwaarder dan het belang van eiser bij behoud van de bestaande toestand.
De rechtbank schorst daarom de tenuitvoerlegging van het vonnis voor zover het gaat om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming totdat in de verzetprocedure is beslist. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst voor ontbinding en ontruiming totdat in de verzetprocedure is beslist.