Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De aanleiding
- telkens: mishandeling;
- poging tot zware mishandeling;
- telkens: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
2.De stukken
- het adviesrapport ten behoeve van de vordering voorlopige verpleging van Reclassering Nederland (hierna ook: de reclassering) van 24 april 2025, opgemaakt en ondertekend door [reclasseringswerker 1], reclasseringswerker en [reclasseringswerker 2], unitmanager;
- het proces-verbaal van verhoor van de terbeschikkinggestelde bij de rechter-commissaris in strafzaken van 25 april 2025;
- het bevel tot voorlopige verpleging van de rechter-commissaris in strafzaken van
- het aanvullend adviesrapport van de reclassering van 12 mei 2025, opgemaakt en ondertekend door [reclasseringswerker 1] en [reclasseringswerker 2], voornoemd;
- de e-mails van mr. Schouten van 15 mei 2025 en 21 mei 2025, met als bijlagen brieven van [naam], moeder van de terbeschikkinggestelde.
3.De procedure
- de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door mr. L. Schouten, advocaat te Amsterdam;
- de officier van justitie;
- [reclasseringswerker 1], reclasseringswerker, als deskundige;
- [naam] voornoemd, als getuige.
4.De beoordeling
5.De beslissing
- heropent het onderzoek en schorst het voor onbepaalde tijd, maar maximaal drie maanden;
- stelt de stukken in handen van de officier van justitie, teneinde de pro Justitia rapporteurs W.J.P. Gaertner en L.H.W.M. Kaiser aanvullend te laten rapporteren zoals hiervoor is overwogen, binnen drie maanden of korter indien mogelijk;
- schorst het onderzoek tot een in overleg met de officier van justitie en de raadsvrouw te bepalen tijdstip, gelegen binnen drie maanden na heden en geeft de officier van justitie opdracht om de pro;
- beveelt de oproeping van de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw, de reclassering en de pro Justitia rapporteurs tegen de nader te bepalen datum en tijdstip.