De terbeschikkinggestelde is sinds 14 mei 2021 ter beschikking gesteld na bewezenverklaring van afpersing en diefstal. De maatregel is eerder verlengd en aangepast, met een einddatum op 14 mei 2025.
Het Openbaar Ministerie verzocht op 10 april 2025 om verlenging van de maatregel met twee jaren. De rechtbank hield op 15 mei 2025 een openbare zitting waarbij de terbeschikkinggestelde en zijn advocaat geen bezwaar maakten tegen verlenging, mits deze beperkt bleef tot één jaar.
De rechtbank nam kennis van diverse rapportages, waaronder een pro Justitia-rapport van een psycholoog en een verlengingsadvies van de reclassering. Hieruit blijkt dat de terbeschikkinggestelde kampt met een licht verstandelijke beperking, persoonlijkheidsstoornissen en middelengebruik met terugval, waardoor het recidiverisico als gemiddeld tot hoog wordt ingeschat.
De behandeling verloopt met ups en downs, maar de terbeschikkinggestelde toont motivatie. De deskundigen adviseren verlenging met twee jaren om het behandeltraject en resocialisatie adequaat te kunnen afronden.
De rechtbank oordeelt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid dit vereisen en verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaren, ondanks het verzoek van de terbeschikkinggestelde voor een kortere termijn.