Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis reconventie
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 20 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Overijssel
Eiser vordert de teruggave van geleverde apparatuur op basis van eigendomsvoorbehoud en subsidiair betaling van schade wegens onrechtmatige daad door gedaagde, die indirect bestuurder is van de failliete vennootschap die de apparatuur ontving.
De rechtbank stelt vast dat de apparatuur inmiddels is doorverkocht en niet meer in bezit is van gedaagde, die ook niet persoonlijk eigenaar is geworden. De primaire vordering tot teruggave faalt daarom. De subsidiaire vordering tot betaling wegens onrechtmatige daad wordt afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat gedaagde als privépersoon onrechtmatig heeft gehandeld; alle relevante handelingen zijn verricht als bestuurder van de vennootschap.
De vordering van gedaagde tot terugbetaling van een vermeend te veel betaald bedrag wordt eveneens afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat dit bedrag daadwerkelijk is betaald. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten, behalve gedaagde die wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Het vonnis is gewezen door de kantonrechter A. Smedes en uitgesproken op 17 juni 2025.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen omdat de apparatuur is doorverkocht en onvoldoende is onderbouwd dat gedaagde persoonlijk onrechtmatig heeft gehandeld.