Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
2.De beslissing samengevat
Waar gaat deze zaak over?
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 102,00(½ punt x tarief € 204,00)
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft de vordering van WOONSTICHTING VECHTHORST tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning gehuurd door de bewindvoerder namens de huurder. Vechthorst stelt dat de huurder tekort is geschoten door het veroorzaken van overlast en de aanwezigheid van harddrugs in de woning.
De kantonrechter stelt vast dat hoewel sprake is van een tekortkoming door aanwezigheid van harddrugs, de huurder sinds 2023 onder bewind staat, een baan heeft, begeleiding ontvangt en sinds december 2024 niet meer positief test op GHB. Er zijn geen recente meldingen van overlast meer.
Gezien deze omstandigheden en het grote belang van de huurder om in de woning te blijven, weegt dit zwaarder dan het belang van Vechthorst bij ontbinding. De vorderingen worden afgewezen en Vechthorst wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt niet ontbonden en de huurder hoeft de woning niet te verlaten.