Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van repliek van [partij A],
- de conclusie van dupliek van [partij B].
Rechtbank Overijssel
Partij A heeft in 2008 een procedure gestart tegen partij B wegens onbetaalde huur, waarbij partij B bij verstek is veroordeeld. Het verstekvonnis is toen betekend door achterlating van het exploot op het gehuurde adres, maar niet persoonlijk aan partij B. In november 2024 ontving partij B een brief van een deurwaarderskantoor met een betalingssom en een kopie van het verstekvonnis, waarna partij B telefonisch contact opnam en WhatsApp-berichten voerde die duiden op bekendheid met het vonnis.
Partij B stelde verzet in tegen het verstekvonnis op 12 februari 2025, maar de kantonrechter oordeelt dat dit verzet niet tijdig is ingesteld. De termijn van vier weken voor het instellen van verzet begint te lopen vanaf de eerste daad van bekendheid, hier vastgesteld op 2 december 2024. Omdat de verzetdagvaarding pas op 12 februari 2025 werd uitgebracht, is de termijn overschreden.
De kantonrechter verklaart het verzet niet-ontvankelijk en behandelt het geschil niet inhoudelijk. Partij B wordt veroordeeld in de proceskosten van €357,00, te vermeerderen met kosten van betekening indien niet tijdig betaald. Het verstekvonnis blijft derhalve onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het verzet van partij B wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn, waardoor het verstekvonnis van 2008 blijft gelden.