Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
- [slachtoffer 1] ( [bedrijf 1] ) € 1.983,59
- [slachtoffer 2] ( [bedrijf 2] ) € 30.000,--
- [slachtoffer 3] ( [bedrijf 3] ) € 3.796,62
- [slachtoffer 4] ( [bedrijf 4] ) € 805,98
- [slachtoffer 5] ( [bedrijf 5] ) € 2.876,49
- [slachtoffer 6] ( [bedrijf 6] ) € 5.495,--
- [slachtoffer 7] ( [bedrijf 7] ) € 3.026,57
- [slachtoffer 8] ( [bedrijf 8] ) € 535,--
- [slachtoffer 9] ( [bedrijf 9] ) € 5.009,40
- [slachtoffer 10] ( [bedrijf 10] ) € 5.717,25
- [slachtoffer 11] ( [bedrijf 11] ) € 1.072,81
- [slachtoffer 12] ( [bedrijf 12] ) € 6.275,70
- [slachtoffer 13] ( [bedrijf 13] ) € 1.339,55
- [slachtoffer 14] € 20.000,--
- [slachtoffer 15] ( [bedrijf 14] ) € 684,33
- [slachtoffer 16] ( [bedrijf 15] ) € 12.249,35
3.De beoordeling van de vordering
oplichting, meermalen gepleegd;
medeplegen van oplichting;
oplichting, meermalen gepleegd.
€ 535,-- +
- loon [naam 1] : € 1.605,--
- loon [naam 2] : € 694,06
- loon [naam 3] : € 813,48
- loon [naam 4] : € 813,48
€ 3.926,02 +
€ 38.569,94.
38.569,94, waarbij de verplichting met betrekking tot een gedeelte van
€ 3.926,02 hoofdelijk wordt opgelegd.
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
- legt de veroordeelde de
- bepaalt de duur van de