De rechtbank Overijssel heeft verdachte schuldig bevonden aan twee feiten: het op 1 mei 2024 aanwezig hebben van 4,58 gram MDMA in zijn woning en het mishandelen van een medeverdachte op 17 mei 2024 in het openbaar. De mishandeling bestond uit meerdere klappen en duwen, waarbij getuigen de aangifte van het slachtoffer bevestigden.
Het bewijs voor het bezit van MDMA bestond uit een door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht zakje met roze pillen in de vorm van een konijn, aangetroffen in de keukenla van verdachte. Verdachte gaf toe de pillen te hebben ontvangen, maar dacht dat het Kamagrapillen waren. De rechtbank oordeelde dat verdachte wist van de aanwezigheid en macht over de pillen had.
De mishandeling vond plaats op een openbare weg, waarbij verdachte de medeverdachte met geweld tegen een hek drukte en meerdere klappen toediende. Dit veroorzaakte angst en onveiligheid bij omstanders. Verdachte werd eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit, maar dit werd niet strafverzwarend meegewogen.
De rechtbank legde een taakstraf van 32 uren op, met aftrek van tijd in voorlopige hechtenis, en vervangende hechtenis van 16 dagen voor het geval de taakstraf niet wordt uitgevoerd. De straf houdt rekening met de ernst van de feiten en de maatschappelijke impact van drugs en geweld.