ECLI:NL:RBOVE:2025:4126
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vernietiging politiegegevens wegens niet voldoen aan criteria Wet politiegegevens
Eiser verzocht de korpschef van politie om inzage in en vernietiging van politiegegevens die over hem zijn geregistreerd, met name gericht op één specifieke incidentregistratie die door het Openbaar Ministerie was geseponeerd. De korpschef wees het verzoek tot vernietiging af omdat niet werd voldaan aan de criteria uit artikel 28 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg).
Eiser stelde dat de toepassing van de Wpg in zijn situatie onevenredig nadelig uitpakt, omdat de registratie hem in het dagelijks leven en bij het ondernemen schade berokkent, zoals hogere verzekeringspremies en problemen bij financieringen. Hij vorderde vernietiging van de registratie om deze gevolgen te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef geen beoordelingsruimte heeft om op basis van belangenafweging politiegegevens te vernietigen; vernietiging is alleen mogelijk bij strijd met een wettelijk voorschrift of wettelijke verplichting. De registratie was terecht verwerkt omdat eiser verdachte was geweest, ondanks het sepot. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat bijzondere omstandigheden bestonden die een afwijking van de Wpg rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Lok en griffier P.J.H. Bijleveld op 24 juni 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering tot vernietiging van politiegegevens.