ECLI:NL:RBOVE:2025:4128
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens gebrek aan bewijs wederrechtelijk voordeel
De rechtbank Overijssel behandelde op 24 juni 2025 de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en diefstal door verbreking. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €41.510,80.
Tijdens de openbare terechtzittingen op 7 mei, 22 mei en 12 juni 2025 werd de vordering behandeld, waarbij de veroordeelde werd bijgestaan door zijn raadsman. Zowel de officier van justitie als de verdediging verzochten om afwijzing van de vordering, omdat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevatte dat de veroordeelde daadwerkelijk voordeel had genoten.
De rechtbank concludeerde dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde strafbare feiten. Daarom wees de rechtbank de vordering van de officier van justitie af en legde geen betalingsverplichting op aan de veroordeelde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs.