ECLI:NL:RBOVE:2025:4134
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- U. van Houten
- C.W. Couperus – van Kooten
- B.C. van Haren
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na uitspraak in strafzaak
In de strafzaak tegen verzoeker vond op 4 juni 2025 een openbare terechtzitting plaats waarbij de rechter, mr. R.G.J. Gehring, direct mondeling uitspraak deed. Op 5 juni 2025 diende de raadsman van verzoeker een wrakingsverzoek in tegen deze rechter. De wrakingskamer heeft dit verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld en verklaard niet-ontvankelijk omdat het verzoek werd ingediend nadat de uitspraak al was gedaan. Volgens artikel 5 lid 2 sub d van Pro het Wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel kan een wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard indien het na de uitspraak wordt ingediend. De wrakingskamer heeft daarom geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek gedaan en het verzoek afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de uitspraak is ingediend.