ECLI:NL:RBOVE:2025:4138
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen betalingsvordering ondanks niet-melding onderhandse akkoord
In deze zaak is eiser veroordeeld tot betaling van een bedrag van €21.215,36, vermeerderd met rente en kosten. Eiser stelde verzet in tegen dit vonnis en voerde aan dat de vordering (deels) afgewezen moest worden omdat gedaagde in haar dagvaarding geen melding had gemaakt van een aan haar aangeboden onderhandse akkoord, in strijd met artikel 21 Rv Pro.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van deze melding geen reden is om de vordering af te wijzen. Eiser had geen vordering ingesteld om gedaagde te verplichten zich aan te sluiten bij het akkoord dat met andere schuldeisers was bereikt. De rechtbank overwoog dat een schuldeiser in beginsel vrij is om een buitengerechtelijk akkoord te weigeren, tenzij sprake is van misbruik van bevoegdheid volgens artikel 3:13 BW Pro, wat in deze zaak niet was gesteld of gebleken.
De rechtbank concludeerde dat het verzet ongegrond is en wees de vorderingen van eiser af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van €678,00, te vermeerderen met de kosten van betekening indien zij niet tijdig betaalt.
Uitkomst: Het verzet van eiser wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.