ECLI:NL:RBOVE:2025:4187
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening zorg op grond van de Wet langdurige zorg
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), welke op 20 maart 2025 is afgewezen door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt en tevens is een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om onmiddellijke toegang tot zorg te verkrijgen.
De voorzieningenrechter heeft de persoonlijke situatie van verzoekster betrokken in de beoordeling. Verzoekster is bedlegerig en afhankelijk van tweemaal daagse verpleegkundige hulp. Desondanks heeft zij geen onderbouwing geleverd waarom onmiddellijke voorziening noodzakelijk is, ondanks een verzoek daartoe van de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter stelt dat een voorlopige voorziening een acute spoedeisendheid vereist, welke in deze zaak niet is aangetoond. Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie of acute nood. Bovendien kan verzoekster mogelijk aanspraak maken op zorg uit andere domeinen zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of de Zorgverzekeringswet.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.