In deze kortgedingprocedure bij de rechtbank Overijssel vordert eiser tegen gedaagde een bepaald recht of een bepaalde voorziening. De procedure omvatte de dagvaarding, conclusies van antwoord, producties, een pleitnota en een eiswijziging tijdens de mondelinge behandeling op 2 juli 2025.
De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van eiser afgewezen. Daarnaast is eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde, begroot op €1.197,00, bestaande uit salaris advocaat en griffierecht, met een vermeerderen van kosten bij niet-tijdige betaling.
Het vonnis is op 2 juli 2025 in het openbaar uitgesproken door rechter A. Smedes. De motivering en de feiten waarop het vonnis is gebaseerd, zullen later afzonderlijk worden vastgesteld.