In januari 2021 legde de gedaagde in opdracht van eisers een PVC-vloer in hun woning, waarbij spaanplaten werden gebruikt om de vloer te verhogen. Twee jaar later trad doortekening op: de randen van de spaanplaat tussenvloer werden zichtbaar door de PVC-vloer. Eisers stelden dat de gedaagde tekort was geschoten door onvoldoende vochtwerende maatregelen te treffen, wat werd bevestigd door een deskundigenrapport dat vochtproblemen en materiaalkeuze als oorzaak aanwees.
De gedaagde betwistte aansprakelijkheid en stelde dat de vloer droog was bij plaatsing en dat andere oorzaken, zoals de bouw van de woning en hoge waterstand, het probleem veroorzaakten. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de gedaagde als professioneel vloerenlegger had moeten anticiperen op vochtproblemen en dat de keuze voor spaanplaten zonder extra vochtwering een tekortkoming vormde.
Eisers mochten de overeenkomst ontbinden en vorderden betaling van de aanneemsom, onderzoekskosten en rente. De rechtbank kende deze bedragen toe, inclusief wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Ook werd een verklaring voor recht en verwijzing naar schadestaatprocedure toegewezen vanwege de nog niet volledig begrote schade. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €3.400 plus €586,85 onderzoekskosten, rente en proceskosten van €1.065,17.
Het vonnis werd op 1 juli 2025 uitgesproken door de kantonrechter M.O. Frentrop.