ECLI:NL:RBOVE:2025:4581
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.H. Peper
- A. van Holten
- R.J. Postma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs bij diefstal met geweld
Op 4 november 2024 werd ingebroken in de woning van de benadeelde partij te Genemuiden, waarbij een kluis werd weggenomen. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van deze inbraak en van diefstal met geweld bij het wegnemen van de kluis, waarbij geweld tegen het slachtoffer werd gebruikt.
De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen de woning was binnengedrongen en de kluis had gestolen, en dat daarbij geweld was gebruikt om de diefstal te voltooien en de vlucht te verzekeren. De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was voor de betrokkenheid van verdachte bij de inbraak en dat de diefstal slechts een poging betrof.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de inbraak en diefstal hadden plaatsgevonden, niet kon worden vastgesteld dat verdachte daarbij betrokken was. Ook was niet voldaan aan het vereiste van feitelijke heerschappij over de kluis voor een voltooide diefstal. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, die zij bij de burgerlijke rechter kan voortzetten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van diefstal met geweld.