De rechtbank Overijssel heeft op 27 juni 2025 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen. De ouders hadden eerder het ouderlijk gezag herwonnen. De Raad voor de Kinderbescherming handhaafde haar verzoeken niet langer, omdat er geen sprake meer was van een ontwikkelingsbedreiging en de ouders voldoende in staat waren om de zorgen zelfstandig weg te nemen.
De kinderen wonen sinds 2014 bij gezinshuisouders en de rechtbank ging ervan uit dat de financiering van het gezinshuis door de gemeente geregeld blijft. De Raad heeft de casus overgedragen aan het vrijwillig kader en de rechtbank besloot de zaak als ingetrokken en beëindigd te beschouwen. Tevens werd het belang benadrukt om de inzet van een vertrouwenspersoon voort te zetten.
Er heeft geen verdere mondelinge behandeling plaatsgevonden en de rechtbank heeft de kinderen een eigen brief toegezegd waarin de situatie wordt uitgelegd. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden na uitspraak, uitsluitend via een advocaat.