Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Overijssel
Eiser gaf opdracht aan een bouwbedrijf voor de realisatie van een nieuwe praktijkruimte voor zijn tandartsenpraktijk. Na oplevering ontstonden bollingen en verkleuringen in de afwerkvloer. Eiser stelde dat het bouwbedrijf aansprakelijk was en dat de bestuurder onrechtmatig handelde door het bedrijf te ontbinden, waardoor verhaal onmogelijk werd.
De rechtbank oordeelde dat de vordering wegens gebrekkig werk op het bouwbedrijf verjaard was, omdat het protest van eiser op 28 januari 2020 plaatsvond en de verjaringstermijn van twee jaar, met een verlenging van zes maanden, op 3 augustus 2022 was verstreken zonder dat een vordering was ingesteld. De aansprakelijkheid van de bestuurder kon daarom niet worden aangenomen.
De rechtbank wees de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten. De verjaring en het ontbreken van een stuitingshandeling waren doorslaggevend voor het oordeel.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens verjaring van de vordering op het bouwbedrijf.