ECLI:NL:RBOVE:2025:4716

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
C/08/334495 / KG ZA 25-134
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot contact- en gebiedsverbod in het kader van stalking en laster tussen ex-partners

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Overijssel op 16 juli 2025, zijn de partijen ex-partners die verwikkeld zijn in een conflict dat zich uitstrekt over stalking, doxing, smaad en laster. De vrouw heeft de man beschuldigd van deze gedragingen, terwijl de man de vrouw beschuldigt van ouderverstoting en kindermishandeling. De vrouw heeft een contact- en gebiedsverbod gevorderd, wat in eerste instantie grotendeels is toegewezen omdat de man niet in het geding was verschenen. Na zijn detentie heeft de man verzet aangetekend tegen het verstekvonnis. De voorzieningenrechter heeft de omstandigheden van de zaak en de voorwaarden van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de man in overweging genomen. De vrouw heeft haar vorderingen onderbouwd met incidenten die de verstoorde relatie illustreren, maar de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vorderingen van de vrouw onvoldoende zijn onderbouwd, met name wat betreft de noodzaak van de gevorderde gebiedsverboden. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de vrouw afgewezen, maar heeft de man wel veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de vrouw. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige afweging van de belangen van beide partijen, vooral in situaties van ernstige conflicten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/334495 / KG ZA 25-134
Vonnis in verzet in kort geding van 16 juli 2025
in de zaak van
[de vrouw],
te [woonplaats 1] ,
eiseres,
gedaagde in verzet,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. C.M. Sent,
met als voegende partijen aan de zijde van de vrouw:

1.[naam 1] ,

2.
[naam 2],
beiden te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. C.M. Sent,
tegen
[de man], procederend met een toevoeging onder nummer 2GZ9099,
te [woonplaats 3] ,
gedaagde,
eiser in verzet,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. I. Mercanoğlu.

1.Waar gaat deze zaak over?

1.1.
Partijen zijn ex-partners. Hun relatie is ernstig verstoord. De vrouw verwijt de man dat hij zich tegenover haar en haar (werk)omgeving al geruime tijd en in toenemende mate schuldig maakt aan stalking, doxing, smaad en laster, zowel online als offline. De man beschuldigt op zijn beurt de vrouw van ouderverstoting en daarmee kindermishandeling.
De vrouw vordert onder meer een contact- en gebiedsverbod. Omdat de man in eerste instantie niet in het geding is verschenen, zijn de vorderingen van de vrouw (grotendeels) toegewezen. De man is vervolgens gedetineerd en tegen het verstekvonnis in verzet gegaan. Mede gelet op de voorwaarden die aan de schorsing van de voorlopige hechtenis van de man zijn verbonden leidt dit verzet tot een andere uitkomst. De voorzieningenrechter zal dat hierna toelichten.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het door deze rechtbank op 19 mei 2025 tussen partijen bij verstek gewezen vonnis met zaaknummer: C/08/332790 / KG ZA 25-90 (ECLI:NL:RBOVE:2025:3134);
- de verzetdagvaarding van 16 juni 2025 (conclusie van antwoord);
- de akte houdende overlegging aanvulling productie (15) tevens houdende akte vermeerdering eis;
- de door de vrouw overgelegde bevelen van de meervoudige raadkamer in strafzaken van de rechtbank van 2 juli 2025 in de strafzaak tegen de man;
- de mondelinge behandeling van 3 juli 2025, ter gelegenheid waarvan partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.2.
Tot slot is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Partijen hebben een affectieve relatie gehad waaruit twee zoons zijn geboren. Partijen hebben het gezamenlijk gezag over hun (minderjarige) kinderen. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming Overijssel (de gecertificeerde instelling; GI), thans eindigend op 13 december 2025 [1] . Vanwege de complexiteit van de casus is de uitvoering van de ondertoezichtstelling in oktober 2024 door het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming (LET-JB) overgenomen. De man kan zich niet vinden in de begeleide omgang en heeft in dat verband op sociale media zijn pijlen gericht op de (werkgever van de) vrouw en de GI/LET-JB. Nadat de vrouw een aantal keer aangifte van smaad en laster had gedaan, is de man in mei 2025 aangehouden en in voorlopige hechtenis genomen. Op 2 juli 2025 heeft de rechtbank de termijn van het bevel tot gevangenhouding van de man voor een termijn van 60 dagen verlengd en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden toegewezen [2] . Deze voorwaarden luiden, voor zover hier van belang, als volgt:
“8. De verdachte zal opgeenenkele wijze – direct of indirect (middels anderen) – contact opnemen, zoeken of hebben met [de vrouw] , (…).
9. De verdachte zal opgeenenkele wijze – direct of indirect (middels anderen) – contact opnemen, zoeken of hebben met Jeugdbescherming Overijssel en/of het Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming, tenzij dit contact door genoemde instanties wordt gevraagd, zulks dan enkel door tussenkomst van een advocaat.
10. De verdachte zal zich niet ophouden in/op de volgende straten te [woonplaats 1] : [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] .
11. De verdachte zal opgeenenkele wijze – direct of indirect (middels anderen) – content of posts (tekstueel, auditief en/of visueel) plaatsen via een openbaar elektronisch medium (waaronder begrepen: Facebook, Instagram, X, Snapchat, LinkedIn, TikTok en YouTube) die betrekking hebben op – in de ruimste zin des woords – [de vrouw] (…) en (andere) (medewerkers van) de Jeugdbescherming (waaronder begrepen Jeugdbescherming Overijssel en het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming). Onder het indirect plaatsen van content of posts verstaat de raadkamer van deze rechtbank eveneens het voeren van (telefoon)gesprekken met derden welke inhoud direct of nadien door de derde wordt openbaar gemaakt of verspreid.
De raadkamer geeft aan de politie de opdracht om toe te zien op de handhaving van de voornoemde schorsingsvoorwaarden.”

4.Het geschil

4.1.
De vrouw vordert – na eiswijziging – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
(1) de man zal verbieden, gedurende een periode van één jaar, na betekening van dit vonnis, dan wel een in goede justitie te bepalen periode, in contact te treden met de vrouw in persoon, per brief, per poststuk of per e-mail, tenzij de communicatie verloopt via haar advocaat of de GI/LET-JB schriftelijk anders heeft beslist in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling;
(2) de man zal verbieden, gedurende een periode van één jaar, na betekening van dit vonnis, informatie, berichten en meningen over de vrouw en beide kinderen openbaar te maken via elk bekend openbaar elektronisch medium, waaronder X, LinkedIn, TikTok, Blusky, Instagram, Facebook en/of YouTube, waarbij het de man tevens is verboden om overeenkomstig informatie, meningen en berichten over en gericht tegen de vrouw openbaar te maken, waarbij de man haar noemt bij haar eigen naam, 'mijn ex', of 'de moeder van mijn kinderen' of op elke andere wijze waaruit de verwijzing naar de vrouw kennelijk volgt, met verbeurte van een dwangsom van € 2.500 per overtreding met een maximum van € 150.000;
(3) de man zal gebieden om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis alle berichten/publicaties over de vrouw op sociale media te verwijderen, waaronder X, LinkedIn, Facebook, Instagram, TikTok, Blusky en YouTube in het algemeen of specifiek gericht aan haar werkgever of haar collega’s en/of iedere andere persoon uit haar directe omgeving, waarbij de man tevens dient te begrijpen dat als een medium niet genoemd wordt, het verbod zich ook over dat niet genoemde medium uitstrekt;
(4) de man zal verbieden voor de periode van één jaar, na betekening van dit vonnis, om zich op te houden binnen een straal van 50 meter rondom de hierna genoemde locaties, tenzij uitdrukkelijk schriftelijk anders is bepaald door de GI/LET-JB in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling, in de zin van de uitvoering van een omgangsregeling:
  • het woonhuis van de vrouw aan de [adres 4] ;
  • de [school] aan de [adres 5] (700 meter vanaf de woning van de man);
  • het kinderdagverblijf aan de [adres 6] (700 meter vanaf de woning van de man);
  • voetbalvereniging [vereniging] aan de [adres 7] (1800 meter vanaf de woning van de man);
  • zwemles te [plaats] op vrijdagen en zondagen (zwembad [zwembad] ) aan de [adres 8] (6900 meter vanaf de woning van de man);
  • de woning van de ouders van de vrouw aan de [adres 9] (950 meter vanaf de woning van de man);
bij overtreding, deze ongedaan te maken met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
(5) zal bepalen dat de man een dwangsom verbeurt van € 5.000 per opgelegde overtreding als bedoeld in (1) en (3), met een maximum van € 50.000, dan wel een in goede justitie te bepalen maximum som;
(6) zal bepalen dat de man een dwangsom verbeurt van € 5.000 voor iedere dag dat de man, na tien dagen na betekening van dit vonnis, publicaties over de vrouw niet heeft verwijderd, met een maximum van € 50.000, dan wel een in goede justitie te bepalen maximum som;
(7) de man zal veroordelen tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten, waaronder de advocaatkosten, plus de wettelijke rente vanaf eerste verzoek van de vrouw;
(8) de man zal veroordelen tot betaling van de (na)kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de vrouw in de kosten van deze procedure.
4.3.
Op de stellingen van partijen zal de voorzieningenrechter hierna ingaan, voor zover dat van belang is voor de beoordeling van het geschil.

5.De beoordeling

Tijdigheid verzet
5.1.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat niet gesteld of gebleken is dat de man het verzet niet tijdig en/of niet op de juiste wijze heeft ingesteld, zodat hij in zijn verzet kan worden ontvangen.
Spoedeisend belang
5.2.
Anders dan de man betoogt, oordeelt de voorzieningenrechter dat de vrouw bij haar vorderingen spoedeisend belang heeft. De onderlinge verhoudingen tussen partijen zijn ernstig verstoord. Partijen lijken niet meer in staat om op een behoorlijke manier met elkaar te communiceren, wat tot escalaties leidt. Daarmee is het spoedeisend belang bij het gevorderde reeds gegeven. Verder geldt dat de vrouw haar vorderingen niet alleen heeft gebaseerd op het incident in oktober 2024 tussen de man en zijn ex-schoonvader maar ook en met name op de gebeurtenissen die zich recent hebben afgespeeld. Zo wijst de vrouw op de aankondiging die de man op 1 mei 2025 op zijn sociale media heeft gedaan dat hij de kinderen zelf bij de vrouw zal ophalen. Ook wijst de vrouw op het onaangekondigde bezoek van de man aan haar woning op 6 mei 2025 dat hij live heeft gestreamd en hiervan beeldmateriaal op TikTok heeft geplaatst met de oproep aan zijn volgers om op het door hem getagged TikTok-account van de werkgever van de vrouw berichten te plaatsen dat de vrouw zich schuldig maakt aan ouderverstoting (zie producties 2, 3 en 6 van de vrouw). Voorts stelt de vrouw dat de man op 7 mei 2025 de voetbaltrainer van één van de kinderen heeft lastig gevallen en dat hij een dag later zowel de basisschool als de kinderdagopvang heeft bezocht. Daarnaast wijst de vrouw op de vele andere incidenten met de man vanaf maart 2022 die in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 30 november 2023 zijn neergelegd [3] . De man heeft dit alles, wat lijkt op een patroon, onvoldoende weersproken.
Standpunt van de vrouw
5.3.
Aan haar vorderingen legt de vrouw, kort samengevat, ten grondslag dat de man tegenover haar via zijn sociale media zich schuldig maakt aan een online haat- en lastercampagne, ondanks een eerdere oproep van de kinderrechter om daarmee onmiddellijk te stoppen. Volgens de vrouw is zij daardoor in haar persoonlijke en professionele levenssfeer aangetast. De vrouw stelt dat de man met zijn diffamerende, opruiende en bedreigende uitlatingen onrechtmatig handelt.
Standpunt van de man
5.4.
De man voert als verweer dat de vrouw in haar dagvaarding zonder context de feiten onjuist, onvolledig en eenzijdig heeft weergegeven. Volgens de man is daardoor sprake van een verkeerde beeldvorming, (aanhoudende) demonisering/criminalisering en onterechte pathologisering van zijn persoon. De man betwist dat er een objectieve noodzaak is voor begeleide omgang. Voorts wijst de man erop dat op 2 juli 2025 zijn voorlopige hechtenis onder voorwaarden is geschorst waardoor de vorderingen van de vrouw zijn achterhaald. Bovendien meent de man dat de gevorderde ge- en verboden onrechtmatig en disproportioneel zijn en dat niet is gebleken van een concrete, actuele dreiging die toewijzing rechtvaardigt. Ook vindt de man dat het (totaal)verbod op uitlatingen op sociale media te ruim is en de vereiste bepaalbaarheid ontbeert, wat in strijd is met de in artikel 10 EVRM verankerde vrijheid van meningsuiting.
Omvang van het geding
5.5.
Allereerst merkt de voorzieningenrechter op dat deze procedure enkel ziet op de vraag of aan de man vrijheidsbeperkende maatregelen moeten worden opgelegd. Het is aan de kinder- en familierechter om de inhoud en vorm van de omgangsregeling tussen de man en de kinderen respectievelijk het gezag over de kinderen te bepalen.
Contactverbod met de vrouw
5.6.
Gelet op de achtste voorwaarde die de raadkamer van de rechtbank op 2 juli 2025 aan de schorsing van de voorlopige hechtenis van de man heeft verbonden, waarbij de raadkamer aan de politie de opdracht heeft gegeven om toe te zien op de handhaving van deze schorsingsvoorwaarde, is het belang van de vrouw bij toewijzing van het sub (1) gevorderde contactverbod komen te vervallen. Dat aan het strafrechtelijk contactverbod geen dwangsom is gekoppeld, maakt dat niet anders. Het opleggen van een dwangsom dient als prikkel, niet als straf. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van een dreigend hernieuwde voorlopige hechtenis een voldoende prikkel uitgaat. Deze vordering zal daarom worden afgewezen. Het contactverbod geldt niet als partijen in het kader van juridische geschillen via hun advocaten met elkaar moeten communiceren.
Sociale mediaverbod
5.7.
De man erkent dat hij uit onmacht en frustratie meerdere keren bepaalde uitlatingen over de vrouw heeft gedaan. De man heeft verklaard dat hij inmiddels op zijn sociale media alle negatieve content of posts over de vrouw, haar werkgever, haar collega’s en/of iedere andere persoon uit haar directe omgeving heeft verwijderd en verwijderd zal houden en dat, als dat onverhoopt niet volledig is gedaan, hij dit alsnog direct zal doen. Voorts heeft de man toegezegd dat hij zich vanaf nu en in de toekomst hiervan volledig zal onthouden. De vrouw heeft dit bevestigd, voor zover zij dat op dit moment kan nagaan. Mede gelet op de elfde voorwaarde die de raadkamer van de rechtbank op 2 juli 2025 aan de schorsing van de voorlopige hechtenis van de man heeft verbonden, waarbij de raadkamer aan de politie de opdracht heeft gegeven om toe te zien op de handhaving van deze schorsingsvoorwaarde, is het belang van de vrouw bij toewijzing van het sub (2), (3) en (6) gevorderde komen te vervallen. Deze vorderingen zullen daarom worden afgewezen.
Gebiedsverboden
5.8.
De vrouw vordert dat de man zich niet ophoudt bij haar woning en die van haar ouders, de basisschool en voetbalclub van de kinderen, het kinderdagverblijf en het zwembad waar de kinderen zwemles hebben.
5.9.
De man voert als verweer dat de gevorderde gebiedsverboden onrechtmatig en disproportioneel zijn. Volgens de man is deze vrijheidsbeperking extreem ingrijpend en (te) vergaand en is van een acute, reële dreiging geen sprake.
5.10.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Een straatverbod zoals de vrouw vordert, is een ingrijpende maatregel die inbreuk maakt op het recht op persoonlijke vrijheid, waaronder begrepen het recht dat iedereen heeft om zich vrij te verplaatsen. Een straat- en contactverbod kan alleen worden toegewezen als sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. De voorzieningenrechter moet vervolgens alle relevante omstandigheden van het geval in aanmerking nemen en de betrokken belangen van partijen afwegen om te beoordelen of dat verbod, zoals gevorderd, kan worden gerechtvaardigd. Het is daarbij aan de vrouw om dat gevaar voor herhaling aannemelijk te maken.
5.11.
Naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter heeft de vrouw onvoldoende toegelicht en/of aannemelijk gemaakt dat zich (recente) incidenten met de man hebben voorgedaan bij de basisschool en voetbalclub van de kinderen (behoudens het “incident” op 7 mei 2025 met de voetbaltrainer maar daarvan is – zonder nadere toelichting, die ontbreekt – niet duidelijk wat er toen precies is voorgevallen), het kinderdagverblijf en het zwembad. Dit is anders ten aanzien van de woning van de ouders van de vrouw. De man erkent het (fysieke) incident dat zich daar in oktober 2024 heeft voorgedaan. Volgens de man was dit echter het enige incident en bestaat er geen concreet gevaar voor herhaling. De vrouw heeft dit onvoldoende weersproken. Na afweging van de wederzijdse belangen van partijen en mede gelet op de tiende voorwaarde die de raadkamer van de rechtbank op 2 juli 2025 aan de schorsing van de voorlopige hechtenis van de man heeft verbonden, waarbij de raadkamer aan de politie de opdracht heeft gegeven om toe te zien op de handhaving van deze schorsingsvoorwaarde, oordeelt de voorzieningenrechter voorshands dat de sub (4) gevorderde gebiedsverboden in de gegeven omstandigheden feitelijke en juridische grondslag ontberen, zodat deze vordering thans moet worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.12.
In het (verstek)vonnis van 19 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de vrouw op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt dat zij buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt. De vrouw is hierop in deze verzetsprocedure niet meer teruggekomen. Daarbij komt dat de vrouw niet heeft toegelicht dat zij daarbij een spoedeisend belang heeft. De gevorderde vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten moet daarom worden afgewezen.
Conclusie
5.13.
Al met al komt de voorzieningenrechter tot de slotsom dat bij de huidige stand van zaken alle vorderingen van de vrouw moeten worden afgewezen. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat als de man zich niet aan de in 3.1 bedoelde strafrechtelijke voorwaarden houdt, hij weer in voorlopige hechtenis zal worden genomen. De voorzieningenrechter heeft op de mondelinge behandeling van partijen gehoord dat ze allebei willen dat er weer normaal contact komt tussen de man en de kinderen. Dit is in het grootste belang van de kinderen en de onderlinge verhoudingen. Door alles wat er gebeurd is, is het vertrouwen ver te zoeken. Pas als er weer (begin van) vertrouwen is, zal er omgang mogelijk zijn. De voorzieningenrechter hoopt dat partijen mogelijkheden vinden om het vertrouwen te herstellen.
Proceskosten
5.14.
Hoewel uitgangspunt is dat gelet op de relatie tussen partijen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, bestaat aanleiding om de man te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van de vrouw in deze verzetsprocedure. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter opnieuw dat bij het betekenen van de inleidende dagvaarding van 12 mei 2025 de wettelijke vereisten zijn nageleefd en dat de voorgeschreven termijnen en overige formaliteiten in acht zijn genomen. Uit het door de vrouw als productie 15 overgelegde screenshot blijkt dat de man kennis had van de datum, het tijdstip en de locatie van de zitting (14 mei 2025 om 11:00 uur te Almelo). Dat de man hiervan niet op de hoogte is geweest, kan de voorzieningenrechter dan ook niet volgen. De stelling van de man dat hij wegens zijn werk destijds in het buitenland ([land]) verbleef, is niet aannemelijk gemaakt en betekent niet dat hij – bijvoorbeeld – geen tijdig uitstelverzoek had kunnen doen. De man heeft er simpelweg voor gekozen om niets van zich te laten horen met als gevolg dat de vrouw extra kosten heeft moeten maken doordat de man met het verzet alsnog (inhoudelijk) verweer wil voeren. De voorzieningenrechter acht deze proceshouding laakbaar.
5.15.
De man zal in de proceskosten worden veroordeeld. Voor een veroordeling in de integrale proceskosten, zoals de vrouw vordert, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding. Op basis van de Aanbeveling tarieven kort gedingen kantonzaken en handelszaken per 1 februari 2024 worden de kosten aan de zijde van de vrouw begroot op:
- salaris advocaat € 715,00
- nakosten
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 893,00

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
vernietigt het door deze rechtbank op 19 mei 2025 onder zaaknummer C/08/332790 / KG ZA 25-90 gewezen verstekvonnis,
en opnieuw beslissend:
6.2.
wijst de vorderingen van de vrouw af;
6.3.
veroordeelt de man in de proceskosten van € 893,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de man niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de man € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.4.
verklaart 6.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op
16 juli 2025. (PS)

Voetnoten

1.Rechtbank Overijssel 11 december 2024, zaaknummer: C/08/323204 / JE RK 24-1855
2.Parketnummer: 08-157055-25
3.Zie productie 5 van de vrouw