Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2025:4728

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
ak_24_3771
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen UWV-besluit Ziektewet

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 12 september 2024 waarin zijn Ziektewet-uitkering was beëindigd. Dit beroep is ingetrokken nadat het UWV op 29 april 2025 het eerdere besluit heeft vervangen door een nieuwe beslissing waarin de uitkering vanaf 19 februari 2024 werd voortgezet.

De rechtbank heeft het verzoek om veroordeling van het UWV in de proceskosten beoordeeld. Omdat het UWV geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker, is het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.

De vergoeding is berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij voor bezwaar- en beroepsprocedures vaste bedragen per proceshandeling zijn gehanteerd. Verzoeker krijgt een totaalbedrag van €3.108,- aan proceskosten vergoed, plus het betaalde griffierecht van €51,-.

De uitspraak is gedaan door rechter H.W.H. Oude Aarninkhof en griffier A. van den Ham, zonder zitting. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.108,- aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €51,- aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3771

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Kaya),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, verweerder (het UWV)
(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van het UWV van 12 september 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 29 april 2025 dit besluit heeft vervangen door een nieuwe beslissing op bezwaar.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft verzocht om een proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Met het besluit van 18 januari 2024 heeft het UWV de uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) van verzoeker vanaf 19 februari 2024 beëindigd. Met het besluit van
12 september 2024 op het bezwaar van verzoeker is het UWV bij dat besluit gebleven. Op 23 oktober 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen dat besluit. Het UWV heeft met het besluit van 29 april 2025 vanaf 19 februari 2024 de ZW-uitkering van verzoeker voortgezet. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Bpb als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. Verzoeker heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 647,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.108,-.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank zal verder bepalen dat het UWV het door verzoeker betaalde griffierecht van € 51,- aan hem dient te vergoeden. [3]

Beslissing

De rechtbank:
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 3.108,- aan proceskosten aan verzoeker;
- bepaalt dat het UWV aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van A. van den Ham, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Bpb.
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.