Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[partij A] B.V.,
[partij B],
Rechtbank Overijssel
In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 16 juli 2025 uitspraak gedaan in een incident betreffende de bevoegdheid van de rechter. Partij A, een Nederlandse besloten vennootschap, vorderde in de hoofdzaak ontbinding van een overeenkomst met partij B, een Spaanse rechtspersoon, en veroordeling tot betaling van bedragen. Partij A stelde dat partij B tekortgeschoten was in de nakoming van de overeenkomst door kunstwerken niet tijdig te leveren. Partij B voerde in het incident aan dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was, maar de Spaanse rechter. De rechtbank besloot eerst het incident te behandelen, omdat de bevoegdheid ter discussie stond. Tijdens de mondelinge behandeling op 1 juli 2025 werd enkel het incident besproken. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst elementen van zowel koop als dienstverlening bevatte, maar dat het zwaartepunt lag bij de dienstverlening, aangezien de kunstwerken in Spanje vervaardigd moesten worden. Hierdoor was de Spaanse rechter bevoegd. De rechtbank wees de incidentele vordering van partij B toe en verklaarde zich onbevoegd in de hoofdzaak. Partij A werd veroordeeld in de proceskosten van zowel het incident als de hoofdzaak.