Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[partij A] B.V.,
[partij B],
Rechtbank Overijssel
Partij A, een Nederlandse vennootschap, vorderde ontbinding van een overeenkomst met partij B, een Spaanse rechtspersoon, wegens niet-tijdige en gedeeltelijke niet-levering van 19 kunstwerken. Partij B stelde in een incident dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is, maar de Spaanse rechter.
De rechtbank besloot eerst over het incident te oordelen en stelde vast dat de zaak onder de EEX-Verordening valt. Partijen kwalificeerden de overeenkomst als koop en verkoop van roerende zaken, maar de rechtbank oordeelde dat het zwaartepunt van de overeenkomst ligt bij het vervaardigen van de kunstwerken, een dienst die in Spanje wordt verricht.
De rechtbank concludeerde dat de Spaanse rechter bevoegd is omdat de dienst in Spanje wordt geleverd. Ook als de overeenkomst als koop zou worden gekwalificeerd, is de Spaanse rechter bevoegd omdat levering in Spanje plaatsvond via een vervoerder. Partij A werd in het incident en hoofdzaak veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het incident toe, waarbij partij A in de proceskosten wordt veroordeeld.