Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
- de (bekennende) verklaring van verdachte ter zake de verweten gedragingen, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 14 januari 2025;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 18 maart 2024 (pagina’s 7, 10 en 12);
- het aanvullend proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 4 juni 2024 (pagina’s 17 en 18);
- het proces-verbaal van bevindingen van 17 juni 2024 (pagina’s 68 en 69).
- de (bekennende) verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 14 januari 2025;
- de gedragsaanwijzing (art 509hh Sv) van 4 november 2025 (pagina’s 27 en 28).
- de (bekennende) verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 14 januari 2025;
- het proces-verbaal van verhoor getuige van 14 juni 2024 (pagina’s 9 en 10).
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
belaging;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd;
bedreiging met zware mishandeling.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
belaging;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, meermalen gepleegd;
bedreiging met zware mishandeling;
gevangenisstrafvoor de duur van
195(honderdvijfennegentig)
dagen;
90(negentig)
dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van drie jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals
vijf jaren;
twee wekenhechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
dadelijk uitvoerbaaris, omdat er ernstig rekening mee moet
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 66,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 08 april 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;