ECLI:NL:RBOVE:2025:4863

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 juli 2025
Publicatiedatum
22 juli 2025
Zaaknummer
C/08/333830 / KG ZA 25-115
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erfdienstbaarheid en geschil over doorvaart en parkeerbeleid tussen camping en watersportbedrijf

In deze zaak gaat het om de vraag of een erfdienstbaarheid, die De Wieden het recht van doorvaart verleent, wordt gefrustreerd door de aanleg van twee steigers door De Goede. De voorzieningenrechter oordeelt dat de erfdienstbaarheid wordt geschonden en beveelt De Goede om de steigers te verwijderen. Daarnaast is er een geschil over de wijziging van het parkeerbeleid van De Goede, waarbij De Wieden eist dat er weer fysieke parkeerkaarten worden verstrekt. De voorzieningenrechter oordeelt dat De Wieden geen spoedeisend belang heeft bij deze vordering, waardoor deze niet wordt toegewezen. De Wieden, exploitant van een camping, heeft een erfdienstbaarheid verkregen die haar gasten het recht geeft om een vaarweg te gebruiken die eigendom is van De Goede, die een watersportbedrijf exploiteert. De voorzieningenrechter concludeert dat de aanleg van de steigers de doorvaart belemmert, wat in strijd is met de erfdienstbaarheid. De vordering van De Wieden om de steigers te verwijderen wordt toegewezen, met een dwangsom voor het geval De Goede hier niet aan voldoet. De vordering met betrekking tot de parkeerkaarten wordt afgewezen, omdat er geen spoedeisend belang is aangetoond.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/333830 / KG ZA 25-115
Vonnis in kort geding van 22 juli 2025
in de zaak van
de vennootschap onder firma CAMPING DE WIEDEN V.O.F.,
gevestigd te Belt-Schutsloot,
eisende partij,
hierna te noemen: De Wieden,
advocaat: mr. D.C.J. Bogerd,
tegen
de vennootschap onder firma DE GOEDE WATERSPORTSERVICE EN ZEILMAKERIJ V.O.F.,
gevestigd te Belt-Schutsloot,
hierna noemen: De Goede,
advocaat: mr. M.J. Seijbel.

1.De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om de vraag of een erfdienstbaarheid op grond waarvan De Wieden een recht van doorvaart heeft wordt gefrustreerd omdat De Goede twee steigers in de vaart wil aanleggen. De voorzieningenrechter vindt dat, aan de hand van de uitleg van de erfdienstbaarheid, het recht van doorvaart wordt geschonden en veroordeelt De Goede tot het verwijderen van de steigers. Daarnaast speelt de vraag of De Goede haar digitale parkeerbeleid moet wijzigen en aan De Wieden voortaan weer fysieke parkeerkaarten moet verstrekken. Maar ten aanzien van die vraag heeft De Wieden geen spoedeisend belang zodat die vordering niet kan worden toegewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de producties die De Goede op 7 juli 2025 in het geding heeft gebracht;
- de mondelinge behandeling van 8 juli 2025, de spreekaantekeningen van mrs. Bogerd en Seijbel en de aantekeningen van de griffier;
- de ter zitting gewijzigde eis van De Wieden.

3.De feiten

3.1.
De Wieden exploiteert een camping, gelegen in het Nationaal Park “Weerribben-Wieden”. De Goede exploiteert een jachthaven en watersportbedrijf. Zij richt zich onder meer op reparatie en onderhoud, zeilmakerij en de verhuur van sloepen.
3.2.
De camping van De Wieden bestaat uit een oud en een nieuw gedeelte. Het nieuwe gedeelte, kadastraal bekend gemeente Wanneperveen, sectie D, nummers 6064, 6065 en 6067, heeft De Wieden op 20 juni 2022 gekocht van “Watersportcentrum De Waterlelie Belt-Schutsloot B.V.” (hierna ‘De Waterlelie’). Op haar beurt heeft De Wieden een parkeerterrein aan De Waterlelie verkocht.
3.3.
Bij de notariële akte van levering van 27 september 2022 met betrekking tot de koop en verkoop van het nieuwe gedeelte van de camping is ten behoeve van de percelen van De Wieden en ten laste van de percelen van De Waterlelie een recht van erfdienstbaarheid (een recht van doorvaart) gevestigd. De erfdienstbaarheid is gevestigd ten laste van de percelen kadastraal bekend gemeente Wanneperveen, sectie D, nummers 4512 en 6066. Op grond van dat recht mogen de gasten van het nieuwe gedeelte van de camping de doorvaart gebruiken. Dit recht van erfdienstbaarheid luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
“De erfdienstbaarheid recht van doorvaart houdt in de plicht van de eigenaar van het dienend erf om te dulden dat de eigenaar van het heersend erf en de houders van een staanplaats en/of ligplaatsen van het heersend erf (zijnde de campinggasten van Camping de Wieden die een overeenkomst voor een staanplaats en/of ligplaats hebben op de gemelde percelen met de nummers 6065 en 6067), de op het dienend erf gelegen vaarweg gebruiken, om te komen van en te gaan naar het heersend erf.
Met betrekking tot deze erfdienstbaarheid geldt het volgende:
GebruikswijzeDe vaarweg mag uitsluitend worden gebruikt als vaarweg met de daartoe geëigende (motorische) middelen.
Onderhoud van de vaarwegDe eigenaar van het heersend erf is verplicht de vaarweg te onderhouden en in stand te laten.
BlokkeringsverbodDe vaarweg mag niet worden beperkt door bijvoorbeeld overhangende takken. Het is verboden om de vaarweg met obstakels te blokkeren.
AfsluitingAls een van de partijen de vaarweg wenst af te sluiten is daarvoor de schriftelijke goedkeuring van de andere partij vereist. De afsluiting moet steeds door beide partijen kunnen worden geopend. De kosten van het aanbrengen van de afsluiting zijn voor rekening van de partij die de afsluiting wenst
(…)”
3.4.
Daarnaast is in de hiervoor bedoelde notariële akte een kwalitatieve verplichting ten gunste van De Wieden en ten laste van De Waterlelie gevestigd, inhoudende – kort gezegd – de verplichting om aan De Wieden 25 parkeerkaarten ten behoeve van de gasten van De Wieden uit te geven. Deze kwalitatieve verplichting luidt:
“Partij 2 moet dulden dat hij aan partij 1 (waaronder dient te worden verstaan de huidige dan wel toekomstige verkrijger onder algemene dan wel bijzondere titel van de percelen Wanneperveen sectie D nummers 6065 en 6067) vijfentwintig (25) parkeerkaarten uitgeeft, en dient te dulden dat deze parkeerkaarten toegang geven op het parkeerterrein van partij 2 gelegen op de registergoederen aan de campinggasten van Camping de Wieden die een overeenkomst voor een staanplaats en/of ligplaats hebben op de percelen kadastraal bekend gemeente Wanneperveen sectie D 6065 en 6067, dit parkeerrecht bestaat alleen gedurende de periode van vijftien april tot vijftien oktober, waarbij partij 2 het parkeerprincipe voert van vol is vol. Deze kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek gaat over op degenen die de registergoederen onder bijzondere titel verkrijgen. Mede gebonden zijn degenen die enig recht tot gebruik van de registergoederen verkrijgt.”
3.5.
Na het sluiten van de hiervoor bedoelde koopovereenkomst tussen De Wieden enerzijds en De Waterlelie anderzijds heeft De Goede in 2022 de percelen, kadastraal bekend gemeente Wanneperveen, sectie D, nummers 4512 en 6066 en het parkeerterrein, van De Waterlelie gekocht. Daarbij zijn de hiervoor bedoelde verplichtingen uit de erfdienstbaarheid en de kwalitatieve verplichting op De Goede overgegaan.
3.6.
De kadastrale percelen zijn vervolgens vernummerd. Het stuk water lopend langs het terrein van De Goede in de doorvaart maakt nu deel uit van de huidige percelen 6096 en 6099.
3.7.
Veel van de op de camping van De Wieden gelegen chalets liggen direct aan het water en veel gasten van De Wieden hebben een boot. Om met hun boot het open water te bereiken moeten de gasten van De Wieden gebruik maken van een vaargeul. Die vaargeul bestaat uit een gedeelte gemeentesloot en een stuk water dat loopt langs het terrein van De Goede en waarvan De Goede eigenaar is.
3.8.
Het perceel van De Goede bevindt zich direct naast de camping van De Wieden.
3.9.
De Goede is met de koop van het perceel van De Waterlelie parkeerbeheerder geworden. In het voorjaar van 2023 is De Goede overgestapt van een systeem van uitgifte van fysieke parkeerkaarten naar een digitaal systeem waarbij gebruik wordt gemaakt van een app voor het parkeren op het aan haar in eigendom toebehorende parkeerterrein.
3.10.
De Goede is begonnen met de aanleg van twee steigers in het bij haar in eigendom zijnde gedeelte van de doorvaart.
3.11.
Bij brief van 17 april 2025 heeft de advocaat van De Wieden De Goede gesommeerd om uiterlijk op 25 april 2025 de steiger(s) verwijderd te hebben, te bevestigen dat de vaargeul wordt vrijgehouden van enig obstakel en te bevestigen dat het systeem van uitgifte van fysieke parkeerkaarten weer zal worden gehanteerd en aan De Wieden 25 fysieke parkeerkaarten af te geven. De Goede heeft aan deze sommaties niet voldaan.

4.Het geschil

4.1.
De Wieden vordert – na wijziging van eis – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, De Goede veroordeelt:
I. tot het verwijderen van de (in aanbouw zijnde) steiger(s) in de doorvaart, kadastraal bekend gemeente Wanneperveen, sectie D, nummer 6096 en 6099, binnen twee dagen na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 20.000,00 voor iedere overtreding, vermeerderd met
€ 1.000,00 per dag(deel) dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van
€ 50.000,00;
II. tot het vrijhouden van de doorvaart (kadastraal bekend gemeente Wanneperveen, sectie D, nummer 6096 en 6099) van enig fysiek obstakel, vanaf twee dagen na betekening van het vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 20.000,00 voor iedere overtreding, vermeerderd met
€ 1.000,00 per dag(deel) dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van
€ 50.000,00;
III. tot het staken van het systeem van de digitale parkeerapp en aan De Wieden vijfentwintig (25) fysieke parkeerkaarten uit te geven conform de akte van 27 september 2022, binnen drie dagen na betekening van het vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 20.000,00 voor iedere overtreding, vermeerderd met € 1.000,00 per dag(deel) dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 50.000,00;
IV. tot betaling van een bedrag van € 2.820,93 aan buitengerechtelijke incassokosten;
V. tot betaling van de proceskosten.
4.2.
De Goede heeft de vorderingen van De Wieden gemotiveerd weersproken.
4.3.
Op de standpunten van partijen wordt – voor zover nodig – hierna ingegaan.

5.De beoordeling

Eiswijziging
5.1.
De Wieden heeft haar eis ter zitting (beperkt) gewijzigd door niet meer de verwijdering van één steiger te vorderen, maar van steiger(s). De Goede heeft ter zitting verklaard tegen die beperkte wijziging geen bezwaar te hebben zodat de voorzieningenrechter recht zal doen op de gewijzigde eis.
Het spoedeisend belang
5.2.
Het gaat in deze zaak om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of De Wieden ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de rechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
5.3.
De Wieden stelt dat haar spoedeisend belang gelegen is in het feit dat het camping- en vaarseizoen inmiddels is begonnen en dat haar gasten zonder directe toegang tot het open vaarwater ernstig worden beperkt in het gebruik van hun vaartuigen. Dat belang raakt, aldus De Wieden, rechtstreeks aan het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van haar gasten. Als de vaarroute niet wordt vrijgemaakt van belemmeringen zal dat ertoe leiden dat een groot deel van de gasten de vaarroute vanaf deze zomer niet kan gebruiken. Daarnaast stelt De Wieden dat het ontbreken van fysieke parkeerkaarten en het gebruik van de parkeerapp tot praktische problemen en onduidelijkheid over de toegang tot het parkeerterrein leidt onder haar gasten. Hiermee wordt het commerciële belang van De Wieden geschaad.
5.4.
De Goede betwist het bestaan van spoedeisend belang aan de zijde van De Wieden. De Goede voert daartoe, aan de hand van foto’s en een drietal video’s, aan dat de doorvaart, ook met de aanleg van de steigers, nog steeds onbeperkt mogelijk is. Alle gasten van De Wieden kunnen via de vaargeul nog altijd het open vaarwater bereiken en daar langs ook terugkeren naar hun chalets. Ten aanzien van het gebruik van de parkeerapp voert De Goede aan dat het gebruik van de parkeerapp niet tot praktische problemen leidt. De Goede heeft dit systeem reeds in het voorjaar van 2023 ingevoerd. De Goede heeft, sinds zij eigenaar is geworden van het parkeerterrein, nooit fysieke parkeerkaarten uitgegeven.
5.5.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat De Wieden een voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vordering die ziet op – kort gezegd – de onbelemmerde doorvaart in de vaargeul. Het spoedeisend belang vloeit enerzijds voort uit de aard van de vordering en anderzijds uit het feit dat De Goede reeds is begonnen met de aanleg van twee steigers (de zogenaamde “eindpalen” zijn immers reeds in het water aangebracht) die de doorvaart zouden kunnen belemmeren. Daarmee zouden de gasten van De Wieden, nu het camping- en vaarseizoen is begonnen, kunnen worden benadeeld.
5.6.
Voor de vordering die betrekking heeft op de kwalitatieve verplichting ten aanzien van de parkeerkaarten ontbreekt echter het spoedeisend belang. De Goede heeft gesteld dat zij het digitale parkeersysteem reeds in het voorjaar van 2023 heeft ingevoerd. De Wieden heeft deze stelling niet weersproken zodat dit feit tussen partijen vast staat. Daar komt bij dat, bij gebrek aan onderbouwing door De Wieden, niet gebleken is dat haar gasten klachten hebben over dit digitale parkeersysteem en/of de door De Goede gehanteerde parkeerapp. De Wieden zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering ten aanzien van de parkeerkaarten.
De vordering tot het verwijderen van de steiger(s)
5.7.
De Wieden stelt dat uit de (notariële) akte van vestiging van het recht van erfdienstbaarheid blijkt dat de vaargeul niet belemmerd mag worden door fysieke obstakels. Het doel van de erfdienstbaarheid is volgens De Wieden, gelet op de redactie daarvan, dat een vrije en onbelemmerde doorvaart over het perceel van De Goede wordt gegarandeerd. Op grond van de erfdienstbaarheid mag geen enkele beperking of blokkade worden geplaatst in de vaarweg. Het maakt dus niet uit of doorvaart, met gebruikmaking van het gedeelte van de vaargeul dat aan de gemeente toebehoort, nog mogelijk is. Volgens De Wieden groeit een gedeelte van de vaargeul, namelijk het gedeelte waarvan de gemeente Wanneperveen eigenaar is, elk jaar dicht met waterplanten zodat daar niet kan worden gevaren. Bovendien zal de vaargeul door de aanwezigheid van boten en van de door De Goede te bouwen steigers daadwerkelijk worden geblokkeerd. Als gevolg daarvan kunnen de gasten van De Wieden geen gebruik maken van de vaargeul aan de zijde van De Goede. Eén en ander is volgens De Wieden in strijd met de gevestigde erfdienstbaarheid.
5.8.
De Goede voert aan dat ook met de aanleg van de steigers een doorvaart door de vaargeul gewoon mogelijk blijft. Er is geen sprake van enige blokkade. De Goede legt twee steigers van 5,6 meter aan op een plek waar de watergang op zijn smalst 13,3 meter breed is (4,5 meter gemeentelijke vaargeul en 8,8 meter vaargeul van De Goede). Er blijft dan voldoende ruimte over voor het passeren van vaartuigen. De situatie is dan ook niet in strijd met de erfdienstbaarheid die ziet op het recht van doorvaart. De Goede betwist dat het gemeentelijke gedeelte van de vaargeul jaarlijks gedurende de zomermaanden onbevaarbaar is vanwege de aanwezigheid van waterplanten. Dat gedeelte van de vaargeul kan dus probleemloos worden gebruikt, aldus De Goede. Het belang van De Goede bij de aanleg van de steigers ligt volgens haar in het feit dat aan beide zijden twee boten van maximaal vijf meter kunnen worden aangemeerd.
5.9.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat bij notariële akte ten behoeve van De Wieden en, thans, ten laste van De Goede, een recht van erfdienstbaarheid is gevestigd dat – kort gezegd – inhoudt dat De Wieden (en haar gasten) het recht hebben om het gedeelte van de vaargeul dat eigendom is van De Goede te gebruiken om van of naar het perceel van De Wieden te komen. De vraag die partijen verdeeld houdt luidt of de doorvaart als gevolg van de door De Goede aan te leggen steigers al dan niet onbelemmerd mogelijk is. Dat vergt onder meer een uitleg van de erfdienstbaarheid.
5.10.
Vooropgesteld wordt dat – volgens vaste rechtspraak [1] – het bij de uitleg van de akte waarbij een erfdienstbaarheid is gevestigd aankomt op de partijbedoeling voor zover zij in de akte tot uitdrukking is gebracht. Deze bedoeling moet worden afgeleid uit de in deze akte gebezigde bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte.
5.11.
Uit de bewoordingen van de erfdienstbaarheid zoals opgenomen in de akte van 27 september 2022 volgt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat partijen destijds hebben beoogd om de vaarweg (in de akte aangeduid als het “dienend erf”) van (destijds) De Waterlelie en thans De Goede te gebruiken. De erfdienstbaarheid ziet dus uitsluitend op het gedeelte van de vaargeul dat nu in eigendom toebehoort aan De Goede en dus niet mede op de gemeentelijke vaargeul. Dat kan ook niet omdat de gemeente uiteraard geen partij was bij het vestigen van de erfdienstbaarheid. Uit de verdere redactie van de erfdienstbaarheid volgt dat het partijen destijds ook voor ogen heeft gestaan dat het gebruik van die vaarweg onbelemmerd moet zijn. Dat volgt uit het feit dat de erfdienstbaarheid onder punt 3 expliciet spreekt van een “blokkeringsverbod” en (onder punt 4) van een verbod tot afsluiting van de vaarweg. Dat betekent dat de erfdienstbaarheid aldus moet worden uitgelegd dat De Wieden en haar gasten recht hebben op een onbelemmerde doorvaart door de vaargeul van De Goede zodat de vraag of de vaargeul van de gemeente gedurende de zomermaanden al dan niet bevaarbaar is niet ter zake dienend is. Dit geldt ook voor het argument van De Goede dat hij en zijn klanten probleemloos gebruik maken van de gecombineerde vaargeul. Redengevend voor deze uitleg is ook dat De Wieden ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de erfdienstbaarheid ten tijde van het vestigen daarvan met de notaris is besproken gelet op de uitdrukkelijke wens van De Wieden om niet afhankelijk te zijn van de gemeentelijke vaargeul. Gelet op deze uitleg is de vraag of doorvaart met gebruikmaking van de gemeentelijke vaargeul al dan niet mogelijk is evenmin ter zake dienend: de erfdienstbaarheid geeft nu eenmaal recht op onbelemmerde doorvaart door de vaargeul op het perceel dat in eigendom van De Goede is.
5.12.
Uit de door De Goede in het geding gebrachte luchtfoto met afmetingen blijkt dat op de locatie waar zij twee steigers wil aanleggen de breedte van haar gedeelte van de vaargeul 8,8 meter bedraagt. De gemeentelijke vaargeul is 4,5 meter breed. Ter zitting heeft De Wieden verklaard dat de eindpalen voor de steigers over een afstand van circa 5,6 meter in het water zijn geplaatst. De Goede heeft dit niet gemotiveerd weersproken. Daarvan uitgaande zal er nog een ruimte van 3,2 meter overblijven voor de doorvaart van vaartuigen. Daarmee is voldoende aannemelijk dat de doorvaart van vaartuigen zal worden beperkt door de aanleg van de steigers, hetgeen in strijd is met de erfdienstbaarheid zoals die is gevestigd. Dat de meeste boten van de camping ongeveer 3 meter breed zijn, is gelet op de tekst van de erfdienstbaarheid niet genoeg voor een ander oordeel in dit kort geding. Dit nog los van het feit dat De Wieden onbetwist heeft gesteld dat boten elkaar ook moeten kunnen passeren. De vordering van De Wieden om de steigers te verwijderen zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn van nakoming zal worden gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis aan De Goede en de dwangsom – als bovenmatig – wordt gematigd tot een bedrag van € 750,00 per dag(deel) dat De Goede daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 22.500,00.
5.13.
De te maken afweging van de wederzijdse belangen van partijen doet daar niet aan af. Het belang van De Wieden is er in gelegen dat de erfdienstbaarheid wordt gerespecteerd zodat haar gasten de vaargeul daadwerkelijk ongehinderd kunnen (blijven) gebruiken. De Goede heeft ter zitting verklaard dat als de steigers moeten worden verwijderd dit zal leiden tot inkomstenderving. De Goede heeft evenwel geen inzicht gegeven in de omvang van die inkomstenderving. Dat de verwijdering van de steigers zal leiden tot een substantiële inkomstenderving (of andere substantieel nadelige gevolgen) waarvoor het belang van De Wieden dient te wijken is dan ook niet gebleken. Het hiervoor vermelde belang van De Wieden dient dan ook doorslaggevend te zijn.
5.14.
De vordering van De Wieden tot het vrijhouden van de doorvaart van enig fysiek obstakel zal de voorzieningenrechter afwijzen. Deze vordering is te onbepaald om te kunnen worden toegewezen hetgeen het risico in zich bergt dat het toewijzen van de vordering tot executieproblemen zal kunnen leiden. Daarbij weegt ook mee dat tussen partijen vaststaat dat aan de walkant altijd boten liggen, ook van De Wieden. Onduidelijk is ten aanzien van welke boten deze veroordeling zou moeten gelden. Daarnaast moet het De Goede op grond van de overwegingen in dit vonnis duidelijk zijn dat zij de doorvaart op grond van de inhoud van de erfdienstbaarheid daadwerkelijk dient vrij te houden.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.15.
De Wieden vordert vergoeding van de reële buitengerechtelijke incassokosten van € 2.820,93. De Goede heeft tijdens de mondelinge behandeling betoogd dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten betrekking hebben op de voorbereiding van de procedure. Gelet op deze betwisting van de buitengerechtelijke incassokosten bestaat onvoldoende grond voor het toewijzen van de reële incassokosten, zoals gevorderd door De Wieden. In plaats daarvan zal de voorzieningenrechter de buitengerechtelijke kosten op grond van de staffel toewijzen. Tussen partijen staat namelijk als door De Goede niet betwist wel vast dat de advocaat van De Wieden heeft geprobeerd buiten rechte tot een oplossing te komen door middel van de sommatiebrief op 17 april 2024 en het voeren van een gesprek op locatie in een poging om het geschil op minnelijke wijze op te lossen. Aan incassokosten zal aldus worden toegewezen een bedrag van € 925,00.
Proceskosten
5.16.
Omdat partijen over en weer (deels) in het ongelijk zijn gesteld zal de voorzieningenrechter de proceskosten tussen hen compenseren op de in het dictum te vermelden wijze.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
verklaart De Wieden niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de kwalitatieve verplichting met betrekking tot de parkeerkaarten (vordering sub III);
6.2.
veroordeelt De Goede tot het verwijderen van de (in aanbouw zijnde) steiger(s) in de doorvaart, kadastraal bekend gemeente Wanneperveen, sectie D, nummer 6096 en 6099, binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 750,00 per dag(deel) dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 22.500,00;
6.3.
veroordeelt De Goede tot betaling aan De Wieden van een bedrag van € 925,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt;
6.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.N.R. Wegerif en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025.
(JBd(O))

Voetnoten

1.HR 19 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2904 en HR 10 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:1423.