ECLI:NL:RBOVE:2025:49
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur en faillissement bedrijf
De zaak betreft de aansprakelijkheid van de bestuurders van [bedrijf 1] B.V. na het faillissement van deze vennootschap. De curator vordert dat de bestuurders worden veroordeeld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van artikel 2:248 BW Pro, omdat zij geen jaarrekeningen hebben opgemaakt of gedeponeerd en de administratie niet op orde hadden.
De rechtbank stelt vast dat de bestuurders de jaarrekeningen over meerdere jaren niet hebben gepubliceerd en dat de administratie niet voldoet aan de wettelijke eisen. Dit leidt tot het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De bestuurders hebben dit vermoeden niet kunnen weerleggen met concrete financiële onderbouwing van hun verweren, zoals de impact van opstartkosten en de coronapandemie.
Hoewel de coronapandemie een negatieve invloed heeft gehad op de onderneming, acht de rechtbank dit geen volledige oorzaak van het faillissement. De bestuurders worden daarom aansprakelijk gehouden voor het boedeltekort, maar de rechtbank matigt de schadevergoeding met 10% vanwege de bijzondere omstandigheden.
De bestuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het tekort, vermeerderd met boedelschulden en proceskosten. Tevens wordt een voorschot van €50.000 toegewezen. De vordering tot opheffing van conservatoir beslag wordt afgewezen. De kosten van het geding worden aan de bestuurders opgelegd.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het faillissementstekort met een matiging van 10%.