King Dranken, een slijterij gevestigd in Hengelo, kreeg op 13 september 2024 de alcoholvergunning ingetrokken door de burgemeester wegens vermoedens van betrokkenheid bij mensensmokkel en witwassen via underground banking. De burgemeester baseerde zich op rapportages van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) uit april 2024 en januari 2025. King Dranken stelde dat de rapportages onvoldoende bewijs bevatten en dat de betalingen via een informeel banksysteem (Hawala) legitiem waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de intrekking niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd. De rapportages lieten te veel ruimte voor twijfel, vertoonden onvoldoende directe aanwijzingen en waren deels gebaseerd op onduidelijke vertalingen en interpretaties van gesprekken. Ook was de beroepstermijn door een adresfout van de burgemeester niet correct gestart, waardoor het beroep tijdig was ingediend.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept de intrekking van de vergunning. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat met deze uitspraak op het beroep werd beslist. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan King Dranken.