Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
Rechtbank Overijssel
Partijen sloten op 23 augustus 2021 een overeenkomst voor de levering van meerdere zeecontainers die samen een woning zouden vormen, met oplevering gepland voor mei en juni 2023. Daarnaast werd op 13 februari 2023 een meerwerkovereenkomst gesloten. Eiseressen betaalden in totaal €247.232,47 aan gedaagde.
Gedaagde leverde echter niets op en betaalde niets terug. Op 24 maart 2023 werd het faillissement van gedaagde uitgesproken, waarna de curator op 15 mei 2023 mededeelde dat nakoming niet meer mogelijk was. De vordering werd op 5 juni 2023 ingediend in het faillissement en de overeenkomsten werden ontbonden. Het faillissement werd op 21 januari 2025 opgeheven wegens gebrek aan baten.
Eiseressen vorderden betaling van het betaalde bedrag, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde voerde geen verweer. De rechtbank oordeelde dat de vordering toewijsbaar was, maar wees de buitengerechtelijke incassokosten af omdat de aanmaning niet voldeed aan de wettelijke eisen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €247.232,47 met rente en proceskosten, buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.