Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
7.De beoordeling
omstandighedenis. Bovendien heeft de vrouw niet onderbouwd dat sprake is van een volkomen wanverhouding tussen wat partijen bij het sluiten van het convenant voor ogen stond en wat zich in werkelijkheid heeft voorgedaan, en wel zo dat het in hoge mate onbillijk zou zijn als de man de vrouw aan het beding zou houden.