ECLI:NL:RBOVE:2025:4948

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 juli 2025
Publicatiedatum
25 juli 2025
Zaaknummer
11618889 \ CV EXPL 25-890
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van huurachterstand door verhuurder tegen huurder

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, op 22 juli 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen de besloten vennootschap Hengelo Excelsior Onroerend Goed B.V. (eiser) en een gedaagde partij. De eiser vorderde betaling van een huurachterstand van € 4.957,89, die was ontstaan door niet-betaling van huur door de gedaagde. De huurovereenkomst was per 31 december 2024 beëindigd en de eiser had de vordering ter incasso uit handen gegeven aan haar gemachtigde, wat leidde tot extra kosten. De gedaagde erkende de huurachterstand, maar betwistte de extra kosten en de noodzaak van de dagvaarding. De kantonrechter heeft de vordering van de eiser gedeeltelijk toegewezen, waarbij de hoofdsom van € 2.988,44 en de wettelijke rente zijn toegewezen. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde niet tijdig had betaald en in verzuim was geraakt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden echter afgewezen, omdat het beding in de algemene voorwaarden als oneerlijk werd beoordeeld. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de proceskosten, die op € 1.255,14 zijn begroot. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 11618889 \ CV EXPL 25-890
Vonnis van 22 juli 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HENGELO EXCELSIOR ONROEREND GOED B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,
eisende partij, hierna te noemen Hengelo Excelsior,
gemachtigde: Janssen en Janssen Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 maart 2025,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

Wat vordert Hengelo Excelsior?

2.1.
Tussen partijen heeft een huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] bestaan. De huurovereenkomst is per 31 december 2024 beëindigd. De overeengekomen huurprijs bedroeg € 703,45 per maand. Er is een achterstand ontstaan in de huurbetalingen. Tot en met 31 december 2024 was sprake van een huurachterstand van € 4.957,89. Hengelo Excelsior heeft zich als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] genoodzaakt gezien haar vordering ter incasso uit handen te geven aan haar gemachtigde. De kosten daarvoor bedragen € 248,61 en komen evenals de tot 11 maart 2024 berekende wettelijke rente van € 55,51 voor rekening van [gedaagde]. [gedaagde] heeft hierop in totaal € 1.969,45 in mindering voldaan. Naast betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten vordert Hengelo Excelsior ook betaling van de proceskosten.
Wat vindt [gedaagde]?
2.2.
[gedaagde] erkent de huurachterstand maar is het er niet mee eens dat er een procedure is opgestart met alle extra kosten van dien. [gedaagde] wil deze kosten niet betalen omdat zij van mening is, dat het niet nodig was om een dagvaarding uit te brengen. [gedaagde] stelt dat zij vanaf eind juli 2024 meerdere keren een aflossingsvoorstel aan Hengelo Excelsior heeft gedaan, maar dat Hengelo Excelsior hier niet mee akkoord is gegaan. Volgens [gedaagde] was Hengelo Excelsior op de hoogte van haar schuldensituatie en heeft Hengelo Excelsior onnodig een dagvaarding uitgebracht en [gedaagde] op extra kosten gejaagd.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is voor de hoofdsom en de gevorderde rente niet het geval.
3.2.
[gedaagde] heeft de huurachterstand erkend. Dit betekent dat de hoofdsom van € 2.988,44 kan worden toegewezen.
3.3.
Vaststaat dat [gedaagde] niet tijdig heeft betaald en hierdoor is zij in verzuim geraakt. De daarna in rekening gebrachte wettelijke rente is [gedaagde] daarom ook verschuldigd. De kantonrechter zal de tot 11 maart 2025 gevorderde rente van € 55,51 toewijzen, ook zal de daarna verschuldigde rente worden toegewezen.
De buitengerechtelijke kosten
3.4.
In artikel 25.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden is een beding opgenomen over de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Dit beding wijkt in het nadeel van consumenten af van de wet en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit) en dat mag niet. Consumenten zijn namelijk slechts de (gemaximeerde) kosten als bedoeld in het besluit verschuldigd, voor zover is voldaan aan een aantal wettelijke eisen. Eén van die eisen is dat de consument eerst door middel van een aanmaningsbrief de mogelijkheid moet hebben gekregen om binnen een termijn van veertien dagen de vordering alsnog te voldoen zonder bijkomende kosten.
3.5.
Artikel 25.2 van de toepasselijke algemene voorwaarden verwijst weliswaar naar die wettelijke bepaling, maar dat neemt niet weg dat een consument op grond van dat artikel in beginsel verplicht is om bij niet nakoming van de huurovereenkomst alle in dat verband door de verhuurder gemaakte kosten te voldoen. Dit kan er kennelijk toe leiden dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument komen, althans de redactie van de bepaling op dit punt maakt onvoldoende duidelijk dat slechts de wettelijke kosten in rekening kunnen worden gebracht. Hiermee wordt het evenwicht ten nadele van de huurder als consument onevenredig verstoord. Daarmee wordt het beding voorshands als oneerlijk beoordeeld en is de consument daaraan niet gebonden. Nu sprake is van een oneerlijk beding, is terugvallen op de wettelijke regeling niet mogelijk, zie HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:2021:68. Het beding is onredelijk bezwarend en wordt vernietigd. Hengelo Excelsior heeft dus geen recht op de incassokosten.
proceskosten
3.6.
Het verweer van [gedaagde] richt zich met name op de proceskosten. Zij stelt dat Hengelo Excelsior op de hoogte was van haar financiële situatie en haar schuldenpakket. [gedaagde] stelt dat zij meerdere keren een aflossingsvoorstel heeft gedaan, waar Hengelo Excelsior niet mee akkoord is gegaan. Ter onderbouwing heeft zij een aantal e-mailberichten overgelegd. [gedaagde] stelt dat het voor Hengelo Excelsior gezien haar financiële situatie en haar bereidheid tot betaling niet nodig was om tot dagvaarden over te gaan.
3.7.
Hengelo Excelsior heeft in haar conclusie van repliek gesteld dat zij niet met een regeling akkoord is gaan, omdat [gedaagde] de lopende huurverplichting niet betaalde en dat de huurachterstand alleen maar hoger werd. Het stond [gedaagde] vrij om aflossingen aan Hengelo Excelsior over te maken ook zonder instemming van Hengelo Excelsior. Volgens Hengelo Excelsior heeft [gedaagde] er zelf voor gekozen om helemaal niets te betalen. Ook na de beëindiging van de huurovereenkomst heeft [gedaagde] niets betaald. Hengelo Excelsior verwijst ter onderbouwing van haar stellingen naar de correspondentie achter de dagvaarding en naar de correspondentie die [gedaagde] zelf heeft overgelegd. Hengelo Excelsior zag zich uiteindelijk genoodzaakt om tot dagvaarden over te gaan, met alle kosten van dien voor rekening van [gedaagde].
3.8.
De kantonrechter is van oordeel dat Hengelo Excelsior het verweer van [gedaagde] in haar conclusie van repliek voldoende onderbouwd heeft weerlegd en dat zij heeft aangetoond dat een aflossingsvoorstel onbespreekbaar was omdat de huurtermijnen niet werden betaald. Hengelo Excelsior had daarom voldoende gronden om tot dagvaarden over te gaan. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De kosten van Hengelo Excelsior worden begroot op:
- dagvaarding € 146,14
- griffierecht € 514,00
- salaris gemachtigde € 476,00 (2 punten x tarief € 238,00)
- nakosten
€ 119,00
Totaal € 1.255,14.
3.9.
Na dagvaarding heeft [gedaagde] opnieuw een betalingsvoorstel gedaan. Omdat de huurovereenkomst inmiddels is beëindigd en de waarborgsom is verrekend, is de vordering wat lager geworden. Hengelo Excelsior heeft daarom, onder verband van een vonnis en vooralsnog voor de duur van zes maanden, een regeling met [gedaagde] getroffen van € 100,00 per maand. Inmiddels heeft [gedaagde] op 25 april 2025 één termijn voldaan en daarom vermindert Hengelo Excelsior haar vordering met € 100,00.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om tegen kwijting aan Hengelo Excelsior te betalen een bedrag van € 2.943,95 (€ 2.988,44 + € 55,51 rente - € 100,00) vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.988,44 vanaf 11 maart 2025 tot 25 april 2025 en sedertdien over € 2.943,95 tot de dag van algehele voldoening;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van Hengelo Excelsior begroot op € 1.255,14, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025. (SC(O)
(SC(O)