Verzoeker heeft drie wrakingsverzoeken ingediend: twee tegen mr. Van Holten, behandelend rechter in straf- en bezwaarschriftzaken, en één tegen de wrakingskamer zelf. Het eerste verzoek betrof een onbedoeld gelekte e-mail waarin het spoedverzoek van verzoeker als rekest werd bestempeld met een ongelukkige woordkeuze. Het tweede verzoek richtte zich op de behandeling van een bezwaarschrift terwijl het eerste wrakingsverzoek nog niet was beslist. Het derde verzoek betrof de samenstelling van de wrakingskamer, die volgens verzoeker niet onafhankelijk zou zijn vanwege dezelfde rechtbankbinding.
De wrakingskamer oordeelt dat het datalek en de inhoud van de e-mail geen vooringenomenheid of schijn daarvan opleveren. Ook het tweede verzoek faalt omdat het voeren van meerdere zaken door dezelfde rechter geen reden is voor wraking. Het derde verzoek wordt buiten behandeling gelaten wegens evident misbruik van recht, omdat verzoeker de wraking lichtvaardig inzet zonder concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.
De wrakingskamer benadrukt dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat de indruk van partijdigheid objectief moet zijn. De verzoeken zijn daarom ongegrond verklaard dan wel buiten behandeling gelaten. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.