Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
[naam]’. [2] Op geen van de verpakkingen, zakken of zakjes werden accijnszegels aangetroffen. [3] De verbalisanten hebben foto’s genomen van de hiervoor beschreven aangetroffen situatie. [4] Op het adres in Deventer was op dat moment geen vergunninghouder gevestigd die tabaksproducten voorhanden mocht hebben of mocht bewerken. [5]
Tobaccobetrof. [9] Bij het uitvoeren van dit laatste transport kreeg hij problemen met zijn verzekering en daarom heeft hij de dozen ongeveer één maand geleden naar zijn bedrijfsruimte gebracht. Hiervan waren volgens verdachte drie dozen kapot gegaan. In deze dozen heeft verdachte verpakkingen met het opschrift ‘
[naam]’ gezien met daarin tabak. Verdachte heeft daarna acht grote dozen open gemaakt, waarin hij grote, doorzichtige plastic zakken met losse tabak zag. Verdachte heeft vervolgens telefonisch contact opgenomen met [medeverdachte 2] , volgens verdachte de eigenaar van de producten. [medeverdachte 2] zou de plastic zakken zelf komen ophalen en voor de 200 kilogram dozen een vrachtwagen sturen, aldus verdachte. [10]
products’ dat het bedrijf onder meer ‘
Tobacco cutting machines'en `
Dryers and steamers’ verkocht. Op de internetsite van [bedrijf 1] werden alleen producten te koop aangeboden die te maken hebben met de verwerking van tabak, en alleen ongebruikte machines werden aangeboden. [18]
voorwaardelijk opzet). Voor het beantwoorden van deze vraag overweegt de rechtbank als volgt.
[naam]’. Verdachte heeft ook verklaard dat hij de grote dozen met tabak heeft opengemaakt, omdat hij het niet meer vertrouwde. [21]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod;
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 90a van de Wet op de accijns opgenomen verbod, terwijl hij weet (of redelijkerwijs kon weten) dat het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod;
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 90a van de Wet op de accijns opgenomen verbod, terwijl hij weet (of redelijkerwijs kon weten) dat het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden;
3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;