ECLI:NL:RBOVE:2025:5001

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 juli 2025
Publicatiedatum
28 juli 2025
Zaaknummer
84.190948.22 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van een man voor het voorhanden hebben van onveraccijnsde tabak en tabaksproductieapparaten

Op 28 juli 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in Zwolle een vonnis uitgesproken in de zaak tegen een 3-jarige man, die werd beschuldigd van het voorhanden hebben en opslaan van een grote hoeveelheid onveraccijnsde tabak en twee tabaksproductieapparaten. De verdachte werd op 11 mei 2022 in Deventer betrapt met 571,5 kilogram tabak en de productieapparaten zonder de benodigde vergunning. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzettelijk handelde, aangezien hij zich bewust was van de illegale status van de tabak en de machines. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en legde een gevangenisstraf op van zeven maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, die niet alleen de fiscale wetgeving ondermijnden, maar ook het anti-rookbeleid van de overheid in gevaar brachten. De verdachte had eerder strafbare feiten gepleegd, wat meegewogen werd in de strafmaat.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 84.190948.22 (P)
Datum vonnis: 28 juli 2025
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 juli 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 11 mei 2022 in Deventer:
feit 1:samen met anderen of alleen opzettelijk 571,5 kilogram onveraccijnsde tabak voorhanden en/of in opslag heeft gehad;
feit 2:samen met anderen of alleen twee tabaksproductieapparaten voorhanden heeft gehad, zonder een daartoe strekkende vergunning, terwijl verdachte wist of redelijkerwijs kon weten dat de tabaksproductieapparaten werden gebruikt tot de ontduiking van accijns.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij op of omstreeks 11 mei 2022 te Deventer, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), en/of alleen,
opzettelijk (een) grote hoeveelheid accijnsgoed(eren), te weten (ongeveer) 571,5 kilogram (rook)tabak, althans een (grote) hoeveelheid (rook)tabak, voorhanden en/of in opslag heeft/hebben gehad,
terwijl die/dat accijnsgoed(eren) niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op
de accijns in de heffing waren betrokken;
2.
hij op of omstreeks 11 mei 2022 te Deventer, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), en/of alleen,
twee tabaksproductieapparaten, althans één of meer tabaksproductieappara(a)t(en), te weten een snijmachine en/of een droogtrommel, voorhanden heeft/hebben gehad,
zonder een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur te hebben verkregen,
zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), wist(en) en/of redelijkerwijs kon(den) weten dat het/de tabaksproductieappara(a)t(en) bestemd was/waren of zou worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns.

3.De bewijsmotivering

3.1
Inleiding
In het onderzoek Coates staan twee partijen onveraccijnsde tabak en twee tabaksproductie-apparaten centraal, aangetroffen op locaties in Deventer en Emmeloord. Hierbij zouden vier natuurlijke personen, genaamd [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en verdachte, en de rechtspersoon [medeverdachte bedrijf] BV (hierna: [medeverdachte bedrijf] ) betrokken zijn.
Verdachte is alleen de in Deventer aangetroffen tabak en tabaksproductieapparaten ten laste gelegd. Dit vonnis zal zich daarom beperken tot de op deze locatie aangetroffen tabak en tabaksproductiemachines.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van beide ten laste gelegde feiten.
3.3
Het standpunt van de verdachte
Verdachte ontkent de ten laste gelegde feiten.
3.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht op grond van de volgende redengevende feiten en omstandigheden, die in de bewijsmiddelen zijn vervat en waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide ten laste gelegde feiten heeft begaan.
De feiten en omstandigheden [1]
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
De aangetroffen tabak
In een bedrijfsruimte aan de [adres 2] is op 11 mei 2022 onveraccijnsde tabak aangetroffen, na een melding van getuige [getuige] die een sterke chemische geur had geroken afkomstig van het door verdachte gehuurde deel van de bedrijfsruimte. Bij het betreden van het bedrijfspand via het laad- en losplatform roken verbalisanten voor de roldeur een sterke geur die zij herkenden als de geur van tabak. De tabak was verpakt in zowel 200 kilogram verpakkingen als in doorzichtige plastic zakken en in zakjes met het opschrift ‘
[naam]’. [2] Op geen van de verpakkingen, zakken of zakjes werden accijnszegels aangetroffen. [3] De verbalisanten hebben foto’s genomen van de hiervoor beschreven aangetroffen situatie. [4] Op het adres in Deventer was op dat moment geen vergunninghouder gevestigd die tabaksproducten voorhanden mocht hebben of mocht bewerken. [5]
Na weging bleek er in totaal 1.229,5 kilogram tabak in beslag te zijn genomen. [6] Hiervan was volgens verbalisanten 658 kilogram verontreinigd. Van de overige 571,5 kilogram zijn steekproefsgewijs monsters genomen en opgestuurd naar het Douane Laboratorium. Hiervan is één monster geïdentificeerd als tabak, goederencode 2401.20 en accijnscode 79, die zonder verdere behandeling niet rookbaar is. Na versnijden van die bemonsterde tabak is deze rookbaar met behulp van een rookmachine. De overige monsters zijn geïdentificeerd als rooktabak, goederencode 2403.1990 en accijnscode 79, die zonder verdere behandeling rookbaar is met behulp van een rookmachine.
Alle tabaksmonsters kunnen worden aangemerkt als rooktabak als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de accijns. [7]
Het nadeel aan niet afgedragen accijns is berekend op € 91.960,--. [8]
Verdachte heeft verklaard dat hij de huurder is van het bedrijfspand aan de [adres 2] , waarin hij twee transportbedrijven heeft gevestigd. Hij heeft verklaard dat hij opdracht had gekregen om goederen te vervoeren. Hij heeft daartoe in Emmeloord goederen van een chauffeur van [bedrijf 2] in ontvangst genomen die waren vervoerd onder een CMR-vrachtbrief waarop vermeld stond dat het netto 1.200 kilogram
Tobaccobetrof. [9] Bij het uitvoeren van dit laatste transport kreeg hij problemen met zijn verzekering en daarom heeft hij de dozen ongeveer één maand geleden naar zijn bedrijfsruimte gebracht. Hiervan waren volgens verdachte drie dozen kapot gegaan. In deze dozen heeft verdachte verpakkingen met het opschrift ‘
[naam]’ gezien met daarin tabak. Verdachte heeft daarna acht grote dozen open gemaakt, waarin hij grote, doorzichtige plastic zakken met losse tabak zag. Verdachte heeft vervolgens telefonisch contact opgenomen met [medeverdachte 2] , volgens verdachte de eigenaar van de producten. [medeverdachte 2] zou de plastic zakken zelf komen ophalen en voor de 200 kilogram dozen een vrachtwagen sturen, aldus verdachte. [10]
De aangetroffen tabaksproductieapparaten
In het bedrijfspand te Deventer werden op 11 mei 2022 ook een snijmachine en een droogtrommel aangetroffen, die bestemd zijn voor de verwerking van tabak. [11] Van de aangetroffen droogtrommel en snijmachine zijn door verbalisanten foto’s gemaakt. [12] Op de snijmachine is een bruinkleurige stofaanslag aangetroffen, die volgens verbalisanten gelijk is aan het fijnstof dat zij herkennen als fijnstof aanwezig bij een tabaksfabriek waar tabak wordt verwerkt. Dit fijnstof werd ook aangetroffen aan de buitenzijde van één van de bestelauto’s in de bedrijfsruimte. [13]
In de droogtrommel werden resten van tabak aangetroffen. [14]
Tijdens zijn verhoor zijn aan verdachte foto’s van de machines getoond. Verdachte heeft verklaard dat hij deze machines anderhalve maand eerder heeft opgehaald in Emmeloord en dat hij deze machines in opdracht van [medeverdachte 2] moest demonteren. De machines zouden volgens verdachte samen met de tabak naar Turkije worden vervoerd. [15]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een brander en versnipperaar heeft gekocht bij een Pools bedrijf. Door [medeverdachte 1] is een factuur in de Poolse taal verstuurd naar verbalisanten, op naam van [bedrijf 1] en gericht aan [medeverdachte bedrijf] met de datum 15 december 2021. [16] De factuur vermeldt een aankoopbedrag van € 19.100,-- voor de gekochte apparaten. [17]
Uit onderzoek naar de tekst op die factuur bleek dat de Poolse onderneming een website had met de domeinnaam ‘ [internetsite] ’. Op die website stond onder het kopje ‘
products’ dat het bedrijf onder meer ‘
Tobacco cutting machines'en `
Dryers and steamers’ verkocht. Op de internetsite van [bedrijf 1] werden alleen producten te koop aangeboden die te maken hebben met de verwerking van tabak, en alleen ongebruikte machines werden aangeboden. [18]
De overwegingen van de rechtbank
Feit 1
Met betrekking tot de rooktabak
Op grond van voorgaande feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de in Deventer aangetroffen 571,5 kilogram tabak – mede op basis van de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie van 6 april 2017, zaak C-638/15 (Eko Tabak-arrest) – kan worden aangemerkt als “rooktabak” en dus aan accijnsheffing onderhevig is.
Ook stelt de rechtbank vast dat door het ontbreken van accijnszegels op de aangetroffen tabak deze niet in overeenkomstig de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken en dat op het adres [adres 2] geen vergunninghouder was gevestigd die tabaksproducten voorhanden mocht hebben of mocht bewerken.
Met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte
De rechtbank ziet zich gelet op het voorgaande eerst voor de vraag gesteld of verdachte de tabak voorhanden heeft gehad in de zin van de Wet op de accijns. Indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verdachte opzettelijk heeft gehandeld.
Voorhanden hebben
Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij opzettelijk de onveraccijnsde rooktabak voorhanden heeft gehad als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder b, van de Wet op de accijns.
Op grond van artikel 5 lid 1 onder b van de Wet op de accijns is het niet toegestaan om accijnsgoederen voorhanden te hebben die niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing zijn betrokken. Het begrip voorhanden hebben moet Unierechtelijk worden uitgelegd, omdat de Wet op de accijns een implementatie is van een EG-richtlijn. Die uitleg is ruimer dan in het gewone spraakgebruik. Niet alleen de persoon die de feitelijke beschikkingsmacht over de accijnsgoederen heeft, maar ook enig ander persoon die bij het voorhanden hebben betrokken is kan worden aangemerkt als degene die accijnsgoederen voorhanden heeft. [19] Niet vereist is dat de persoon die de accijnsgoederen voorhanden had wist of redelijkerwijs had moeten weten dat voor die goederen accijns was verschuldigd. [20]
Verdachte heeft verklaard dat hij de dozen met tabak ongeveer één maand voor de doorzoeking door de verbalisanten in zijn bedrijfspand heeft opgeslagen, in afwachting van het transport naar Turkije. Daarmee heeft verdachte gedurende deze periode de feitelijke beschikkingsmacht gehad over de tabak.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte de onveraccijnsde tabak voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen in de zin van artikel 5, eerste lid onder b, van de Wet op de accijns.
Opzet
Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte de onveraccijnsde tabak opzettelijk voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen. Daarvoor is op zijn minst vereist dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat op de locatie Deventer tabak voorhanden was en lag opgeslagen die niet in de accijns waren betrokken (
voorwaardelijk opzet). Voor het beantwoorden van deze vraag overweegt de rechtbank als volgt.
Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden volgt dat op de aangetroffen tabak geen accijnszegels zijn aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij de tabak heeft gezien, onder meer in grote, doorzichtige plastic zakken en verpakkingen met het opschrift ‘
[naam]’. Verdachte heeft ook verklaard dat hij de grote dozen met tabak heeft opengemaakt, omdat hij het niet meer vertrouwde. [21]
Uit de wijze waarop de tabak opgeslagen lag in het bedrijfspand en uit hetgeen de verdachte over het transport, de opslag en het openmaken van de dozen heeft verklaard, leidt de rechtbank af dat hij op zijn minst bewust de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat de in Deventer aangetroffen partij tabak niet in de heffing van de accijns was betrokken.
Conclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 mei 2022 opzettelijk 571,5 kilogram onveraccijnsde tabak voorhanden heeft gehad en heeft opgeslagen in de zin van artikel 5, eerste lid onder b, van de Wet op de accijns.
Feit 2
Op basis van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat op 11 mei 2022 in het bedrijfspand aan de [adres 2] twee tabaksproductie-apparaten zijn aangetroffen, waarvoor geen accijnsvergunning was afgegeven.
Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat de droogtrommel en snijmachine bestemd waren voor de verwerking van tabak. Gelet op de vastgestelde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank deze verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde. In dit verband overweegt de rechtbank het volgende.
Op één van de auto’s aangetroffen in het bedrijfspand van verdachte is fijnstof aangetroffen, die volgens de verbalisanten vergelijkbaar is met fijnstof dat ook wordt aangetroffen bij een tabaksfabriek waar tabak wordt verwerkt. Dit fijnstof is ook aangetroffen op de snijmachine. In de droogtrommel zijn resten van tabak aangetroffen. Uit de door verbalisant gemaakte foto’s van de aangetroffen tabak leidt de rechtbank af dat zowel versneden tabak als onversneden tabaksbladeren aanwezig waren in het bedrijfspand. Verdachte heeft verklaard dat hij de tabak in de dozen en plastic zakken heeft gezien. Tot slot heeft verdachte verklaard dat hij de snijmachine en droogtrommel moest demonteren, zodat deze tegelijkertijd met de tabak konden worden vervoerd naar Turkije. Hij was dus bekend met de functie van de machines.
Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte heeft geweten dan wel redelijkerwijs kunnen weten dat deze tabaksproductieapparaten waren bestemd om gebruikt te worden voor het ontduiken van accijns.
Met betrekking tot het medeplegen
De rechtbank is op basis van de vastgestelde feiten en omstandigheden van oordeel dat verdachte en [medeverdachte 2] op een nauwe en bewuste wijze hebben samengewerkt bij beide ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft in overleg met [medeverdachte 2] de tabak opgeslagen in zijn bedrijfs-pand. Ook zou verdachte in opdracht van [medeverdachte 2] de tabaksproductiemachines demonteren. Beide machines zouden samen met de tabak naar Turkije worden vervoerd.
Gelet hierop acht de rechtbank de betrokkenheid van verdachte van voldoende gewicht om hem aan te merken als medepleger van het voorhanden hebben en opslaan van de in Deventer aangetroffen tabak en het voorhanden hebben van de tabaksproductieapparaten.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op 11 mei 2022 te Deventer,
tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een grote hoeveelheid accijnsgoederen, te weten 571,5 kilogram rooktabak voorhanden en in opslag heeft gehad,
terwijl die accijnsgoederen niet overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de accijns in de heffing waren betrokken;
2.
hij op 11 mei 2022 te Deventer,
tezamen en in vereniging met een ander, twee tabaksproductieapparaten, te weten een snijmachine en een droogtrommel, voorhanden heeft gehad,
zonder een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur te hebben verkregen,
terwijl hij, verdachte, en zijn mededader, wisten en/of redelijkerwijs konden weten dat de tabaksproductieapparaten bestemd waren of om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 5 van de Wet op de accijns, in samenhang met artikel 97 van de Wet op de accijns, artikel 90a van de Wet op de accijns, in samenhang met artikel 99 van de Wet op de accijns, en artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf:
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod;
feit 2
het misdrijf:
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 90a van de Wet op de accijns opgenomen verbod, terwijl hij weet (of redelijkerwijs kon weten) dat het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk gekoppeld aan een proeftijd van twee jaren.
6.2
Het standpunt van de verdachte
Verdachte heeft geen standpunt ingenomen over een eventuele strafoplegging.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Aard en ernst van het feiten
Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en opslaan van een grote hoeveelheid onveraccijnsde tabak en het voorhanden hebben van twee tabaksproductieapparaten. Het voorhanden hebben van deze goederen verstoort de reguliere markt voor tabakswaren, de economische ordening en het fiscale systeem van Nederland. Illegale tabaksproducten worden vaak verkocht voor een prijs die ver onder de reguliere prijs voor zulke producten ligt. Hiermee ontduikt verdachte de accijnsverplichting die op deze producten van toepassing is en ontstaat ten onrechte een significant concurrentievoordeel. Het nadeel voor de Nederlandse staat door het niet afdragen van de verschuldigde accijns op de tabak is vastgesteld op € 91.960,--.
Tot slot heeft het handelen van verdachte een negatieve invloed op het anti-rookbeleid van de Nederlandse overheid. Met de handel in illegale tabaksproducten wordt dit beleid ondermijnd, nu prijsverhogingen door heffingen en accijns worden ontweken. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte aan.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 14 april 2025. Hieruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en dat artikel 63 Sr van toepassing is.
De op te leggen straf
De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit en de strafmaat rekening gehouden met straffen die rechters in soortgelijke strafzaken opleggen en de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van fraude. Bij een benadelingsbedrag van tussen de € 70.000,-- tot € 125.000,-- houden de oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in van vijf tot negen maanden.
Alles afwegende, waaronder verdachte zijn rol in het geheel van feiten en omstandigheden en de hoeveelheid aangetroffen tabak evenals tabaksproductieapparaten en de aan de medeverdachten opgelegde straffen, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk gekoppeld aan een proeftijd van twee jaren, passend en geboden is.
6.4
De inbeslaggenomen voorwerpen
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de beslaglijst onder 1 vermelde pompwagen dient te worden verbeurd verklaard. De op de beslaglijst onder 2 tot en met 34 vermelde voorwerpen, dienen volgens de officier van justitie te worden te worden onttrokken aan het verkeer.
De verdachte heeft geen standpunt ingenomen over de inbeslaggenomen voorwerpen.
De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst onder 1 vermelde pompwagen vatbaar is voor verbeurdverklaring, nu dit een voorwerp betreft met behulp van welke het feit is begaan.
De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst onder 2 tot en met 34 vermelde voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de feiten zijn begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

7.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c en 57 Sr.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1
het misdrijf:
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van de Wet op de accijns opgenomen verbod;
feit 2
het misdrijf:
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 90a van de Wet op de accijns opgenomen verbod, terwijl hij weet (of redelijkerwijs kon weten) dat het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, meermalen gepleegd;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van
3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
de in beslag genomen voorwerpen
- verklaart verbeurd het in beslag genomen voorwerp, te weten het op de beslaglijst genoemde voorwerp onder nummer 1;
- verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten op de beslaglijst genoemde voorwerpen onder de nummers 2 tot en met 34.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. R.P. van Campen en
mr. L. Kesteloo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Bruin, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2025.
Buiten staat
Mr. R.P. van Campen en mr. L. Kesteloo zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD met nummer 71587/onderzoek Coates. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
2.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen tabak van 24 maart 2023, AMB-005, p. 167, en het proces-verbaal van Forensische Onderzoek – Plaats delict onderzoek [adres 2] ,
3.Het proces-verbaal van Forensische Onderzoek – Plaats delict onderzoek [adres 2] ,
4.Het proces-verbaal Fotodossier " [adres 2] ", IBN-001-04, p. 201 t/m 281, zoals beschreven door verbalisanten in IBN-001-03, p. 195 t/m 200, en waargenomen door de rechtbank en besproken tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
5.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-026, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 27 juni 2022, p. 426, vijfde alinea.
6.Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen tabak van 24 maart 2023, AMB-005, p. 177.
7.Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen tabak van 24 maart 2023, AMB-005, p. 177, in samenhang met en schriftelijk bescheid met documentcode DOC-042, p. 451, 452, 457 t/m 462.
8.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-055, p. 492.
9.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-020, p. 417.
10.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 24 mei 2022, V-001-01, p. 39, negende en tiende alinea, p. 40, eerste en laatste alinea, en p. 41, eerste alinea.
11.Een proces-verbaal inzake de doorzoeking van het pand gelegen aan de [adres 2] , IBN-001-01, p. 188 t/m 190.
12.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-006, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-048, een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-007 en een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-049, zoals beschreven door verbalisanten in IBN-001-03, p. 195 t/m 200, en waargenomen door de rechtbank en besproken tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
13.Het proces-verbaal van Forensische Onderzoek – Plaats delict onderzoek [adres 2] ,
14.Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-026, inhoudende een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 27 juni 2022, derde alinea p. 426 en Zaaksdossier ZD-001 p. 80 vijfde alinea.
15.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 24 mei 2022, V-001-01, p. 41, eerste en tweede alinea.
16.Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] van 2 december 2022, V-004-01, p. 67, twee na laatste alinea, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-021, p. 419.
17.Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] van 2 december 2022, V-004-01, p. 67, twee na laatste alinea, en p. 68, vijfde alinea, in samenhang met een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-021, p. 419.
18.Het proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen machines, AMB-006, p. 179 t/m 185.
19.Gerechtshof ’s Hertogenbosch 2 juli 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:2140, r.o. C; Richtlijn 2008/118/EG.
20.Hof van Justitie van de Europese Unie 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:473, r.o. 28.
21.Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 24 maart 2023, V-001-01, p. 41, eerste alinea.