Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
[naam]’. [2] Op geen van de verpakkingen, zakken of zakjes zijn accijnszegels aangetroffen. [3] De verbalisanten hebben foto’s genomen van de aangetroffen situatie. [4]
[naam]’. [6] Op geen van de verpakkingen en zakjes met tabak zijn accijnszegels aangetroffen. [7] De verbalisanten hebben foto’s genomen van de aangetroffen situatie. [8]
products’ dat het bedrijf onder meer ‘
Tobacco cutting machines'en `
Dryers and steamers’ verkocht. Op de internetsite van [bedrijf 3] werden alleen producten te koop aangeboden die te maken hebben met de verwerking van tabak, en alleen ongebruikte machines werden aangeboden. [25]
I paid for the goods I have already two machines is was through [bedrijf 4]
voorwaardelijk opzet). De rechtbank overweegt hierover het volgende.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opgenomen verbod, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 90a van de Wet op de accijns opgenomen verbod, terwijl hij weet (of redelijkerwijs kon weten) dat het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opgenomen verbod, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
medeplegen van het opzettelijk overtreden van een in artikel 90a van de Wet op de accijns opgenomen verbod, terwijl hij weet (of redelijkerwijs kon weten) dat het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijk leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden.