ECLI:NL:RBOVE:2025:5012

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
28 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
C/08/334964 / KG ZA 25-149
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over aannemingsovereenkomst en retentierecht tussen opdrachtgever en aannemer

In deze zaak hebben partijen, [partij A] en Durateq B.V., een aannemingsovereenkomst gesloten voor de verbouwing van de woning van [partij A]. Er is een geschil ontstaan over de facturering door Durateq, waarbij [partij A] stelt dat de facturen niet in overeenstemming zijn met de voortgang van het werk. Na het stopzetten van betalingen door [partij A] heeft Durateq haar werkzaamheden opgeschort en het retentierecht ingeroepen. [partij A] vordert onder andere onderbouwing van de facturen, opheffing van het retentierecht en nakoming van de aannemingsovereenkomst, terwijl Durateq schadevergoeding vordert. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vorderingen van [partij A] grotendeels toewijsbaar zijn, en dat Durateq in haar vorderingen niet-ontvankelijk wordt verklaard. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat Durateq binnen drie werkdagen na betekening van het vonnis de onderbouwing van de facturen moet verstrekken en dat het retentierecht moet worden opgeheven. Tevens is Durateq verplicht om de werkzaamheden te hervatten en het werk uiterlijk op 1 december 2025 op te leveren. De proceskosten zijn voor rekening van Durateq.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/334964 / KG ZA 25-149
Vonnis in kort geding van 28 juli 2025
in de zaak van
[partij A],
te [woonplaats 1] (gemeente [gemeente] ),
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
advocaat: mr. J. van de Graaf te Amsterdam,
tegen

1.DURATEQ B.V.,

te Emmen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
vertegenwoordigd door [partij B] (middellijk bestuurder),
2.
[partij B],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna [partij A] en Durateq c.s. (dan wel apart Durateq en [partij B] ) worden genoemd.

1.De zaak in het kort

1.1.
Partijen hebben voor de verbouwing van de woning van [partij A] een aannemingsovereenkomst gesloten. Tussen partijen is een geschil ontstaan. [partij A] vindt dat de facturering van Durateq in strijd met gemaakte afspraken niet in de pas loopt met de stand van het werk en is daarom gestopt met verdere betalingen. Durateq heeft vervolgens haar werkzaamheden opgeschort en het retentierecht ingeroepen.
[partij A] vordert onderbouwing van alle facturen van Durateq, opheffing van het retentierecht en nakoming van de aannemingsovereenkomst, terwijl Durateq op haar beurt schadevergoeding vordert.
De vorderingen van [partij A] zullen grotendeels worden toegewezen en Durateq zal in haar vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard. De voorzieningenrechter licht dat hierna toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 juli 2025 met 27 producties;
- de akte overlegging producties (28 t/m 30) van [partij A] ;
- de conclusie van antwoord (tevens eis in reconventie) met 38 producties;
- de akte overlegging producties (VV39, VV39a en VV39b) van Durateq c.s.;
- de mondelinge behandeling van 14 juli 2025, ter gelegenheid waarvan door partijen pleitnota’s zijn overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de aanhouding ten behoeve van minnelijk overleg;
- het verzoek van partijen om vonnis te wijzen.
2.2.
Tot slot is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Durateq is een aannemingsbedrijf, waarvan [partij B] via De Adviezengroep Holding B.V. enig aandeelhouder en bestuurder is.
3.2.
Op of omstreeks 11 maart 2025 hebben partijen een aannemingsovereenkomst gesloten uit hoofde waarvan Durateq de woning van [partij A] aan de [adres] zal verbouwen tegen een vaste aanneemsom van € 182.533,20 (hierna: de AOK). In verband met meerwerk is de aanneemsom verhoogd tot € 205.203,04. Op de AOK zijn de algemene voorwaarden van Durateq van toepassing.
3.3.
In de AOK is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“§ 01 Voor het werk geldende voorwaarden
(…)
FINANCIEEL
- Facturering van de werkzaamheden geschied naar rato leveringen en/of werkzaamheden. E.e.a. op basis van het bijgevoegde betaalschema.
(…).
Algemeen:
  • Start van de werkzaamheden In beginsel week 16 van 2025
  • Doorlooptijd van de werkzaamheden Ca. 14-18 weken
  • Stelposten zijn verrekenbaar
  • Facturering Naar rato levering en of productie en o.b.v.
betaalschema
  • Betaaltermijn Per omgaande na ontvangst factuur
  • Garanties Conform fabrieksgaranties per onderdeel”
Artikel 17 van de algemene voorwaarden van Durateq luidt als volgt:
“Op alle offertes, aanbiedingen of overeenkomsten van de Opdrachtnemer is het Nederlandse recht van toepassing. Indien er een geschil is tussen opdrachtgever en de Opdrachtnemer zal deze worden beslecht door de Raad van Arbitrage voor de metaalnijverheid- en handel. De Opdrachtnemer is bevoegd het geschil te laten beslechten door een gewone rechter mits de rechtbank hiertoe bevoegd is door de rechtbank of het arrondissement in de plaats waar de Opdrachtnemer is gevestigd.”
3.4.
Op 14 april 2025 is Durateq met de werkzaamheden gestart.
3.5.
Op 9, 14, 16 en 24 april 2025 en 1, 8, 15 en 22 mei 2025 heeft Durateq facturen inclusief betalingsschema's verstuurd met een totaalbedrag van € 145.847,35 inclusief btw. [partij A] heeft deze facturen alle betaald.
3.6.
Tussen partijen is vervolgens een geschil ontstaan over (het tempo van) de facturering van Durateq in relatie tot de stand en kwaliteit van het werk.
3.7.
In opdracht van [partij A] heeft IVCO Bouwkundig adviesbureau op 26 mei 2025 een bouwkundige opname van het werk uitgevoerd, waarvan de bevindingen en conclusies zijn neergelegd in een rapport van 2 juni 2025. IVCO heeft geconcludeerd dat “
er tot op heden veel meer betaald is dan werkelijk uitgevoerd op de bouwplaatsen dat “
de kwaliteit van het uitgevoerde werk laat op diverse punten te wensen over”.
3.8.
Bij brief van 6 juni 2025 heeft [partij A] Durateq c.s. gesommeerd om:
“(i)uiterlijk 12 juni 2025aan mij een deugdelijke onderbouwing voor alle gefactureerde bedragen te verstrekken; en
(ii)uiterlijk 13 juni 2025aan mij een concreet en deugdelijk plan van aanpak met uitvoeringsplanning te verstrekken waarin de voortgang en voltooiing van zowel het resterende werk als het benodigde herstelwerk is vastgelegd; en
(iii)uiterlijk 16 juni 2025de verdere werkzaamheden aan te vangen en dit werk volgens het plan van aanpak tijdig, zonder verdere vertraging en conform de eisen van goed en deugdelijk werk, af te ronden en op te leveren.”
3.9.
Op 6 en 12 juni 2025 heeft Durateq voorschotnota's van € 4.584,13 en € 6.055,85 inclusief btw aan [partij A] verstuurd. [partij A] heeft deze nota's onbetaald gelaten.
3.10.
Bij e-mail van 13 juni 2025 heeft Durateq [partij A] in gebreke gesteld. Daarnaast heeft Durateq zich beroepen op het retentierecht. In verband hiermee heeft zij alle sloten van de woning (laten) vervangen. Durateq heeft zich daarbij onder meer gebaseerd op een rapport van Thermophoto van 16 juni 2025.
3.11.
Bij brief van 17 juni 2025 heeft [partij A] Durateq gesommeerd om het retentierecht op te heffen en de AOK na te komen. Bij brieven van 18 en 19 juni 2025 heeft Durateq c.s. hierop afwijzend gereageerd.
3.12.
Bij brief van 19 juni 2025 heeft [partij A] [partij B] persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de onrechtmatige onttrekking van meer dan € 100.000.
3.13.
Bij e-mail van 7 juli 2025 heeft [partij A] Durateq c.s. gesommeerd om per direct (i) de woning behoorlijk af te dekken om verdere lekkageschades te voorkomen en (ii) alle lekkageschades in de woning te herstellen. Aan deze sommatie heeft Durateq c.s. geen gevolg gegeven.

4.Het geschil

in conventie
4.1.
Kort samengevat vordert [partij A] – na eisvermindering ter zitting – (1) onderbouwing van alle facturen van Durateq, (2) opheffing van het retentierecht, (3a) medewerking aan de opname van (de stand en kwaliteit van) het werk, (3b) oplevering van het werk in voltooide staat op uiterlijk 1 december 2025, alles op straffe van een dwangsom, en met hoofdelijke veroordeling van Durateq c.s. in de proceskosten.
4.2.
Aan zijn vorderingen legt [partij A] , samengevat, ten grondslag dat Durateq tegenover hem is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de AOK door (i) geen deugdelijke onderbouwing van alle gefactureerde bedragen te verstrekken, (ii) nauwelijks en gebrekkig werk te verrichten, (iii) het dakvlak van de woning niet goed af te sluiten waardoor lekkages zijn ontstaan en daarmee schade in de woning, (iv) de afgesproken bouwtijd niet te halen, (v) het retentierecht ten onrechte uit te oefenen en (vi) in strijd te handelen met de zorgplicht die Durateq als aannemer jegens haar opdrachtgever heeft, waardoor Durateq in verzuim is geraakt.
4.3.
Durateq c.s. voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [partij A] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partij A] , met veroordeling van [partij A] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen zal de voorzieningenrechter hierna ingaan, voor zover dat van belang is voor de beoordeling van het geschil.
in reconventie
4.5.
Durateq vordert (1) betaling van een voorschot op de schadevergoeding ad € 30.000 en (2) verstrekking van de naam, hoedanigheid en bedrijfsgegevens van de opsteller van het IVCO-rapport.
4.6.
Aan haar vorderingen legt Durateq, samengevat, ten grondslag dat [partij A] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn (betalings-)verplichtingen uit de AOK waardoor zij schade heeft geleden die t/m week 29-2025 is opgelopen tot € 41.988,88. Volgens Durateq bestaat haar schade uit (1) extra input directie n.a.v. houding opdrachtgever en (2) efficiencyverlies m.b.t. de inzet van monteurs. Ter onderbouwing van deze schade verwijst Durateq naar haar (als producties VV39, VV39a en VV39b overgelegde) schadeopstellingen.
4.7.
[partij A] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Durateq, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Durateq, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Durateq in de kosten van deze procedure.
4.8.
Op de stellingen van partijen zal de voorzieningenrechter hierna ingaan, voor zover dat van belang is voor de beoordeling van het geschil.

5.De beoordeling

Rechtsmacht
5.1.
Durateq c.s. voeren als meest verstrekkend verweer dat de voorzieningenrechter onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Daarbij beroepen Durateq c.s. zich op de arbitrageclausule in artikel 17 van de algemene voorwaarden van Durateq.
5.2.
[partij A] stelt dat het arbitragebeding in strijd is met artikel 6:236 aanhef en sub n BW en de Richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn 93/13/EEG). Voor zover nodig, roept [partij A] de vernietiging van dit beding in. [partij A] meent dat hij als consument zich te allen tijde tot de gewone rechter moet kunnen wenden. Daarbij beroept hij zich onder meer op de artikelen 101 en 103 Rv.
5.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat in dit geval sprake is van een consumentenzaak als bedoeld in artikel 101 Rv jo. artikel 7:5 BW, zodat zij als rechter van de woonplaats van [partij A] mede bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Het bevoegdheidsverweer van Durateq c.s. faalt dus.
in conventie
Contractspartij
5.4.
Durateq c.s. stellen dat [partij A] in zijn vorderingen tegen [partij B] niet-ontvankelijk is, omdat deze procedure uitsluitend betrekking heeft op een aannemingsovereenkomst die is gesloten tussen [partij A] en Durateq, waarbij [partij B] slechts heeft gehandeld in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van Durateq. Voor zover [partij A] tracht via deze procedure persoonlijke aansprakelijkheid van [partij B] te suggereren zonder rechtsgrond of afzonderlijke vordering tot doorbraak van aansprakelijkheid, ontbreekt volgens Durateq c.s. elke formele en inhoudelijke basis.
5.5.
Nu [partij A] op dit gemotiveerde verweer van Durateq c.s. niet heeft gereageerd en zijn vorderingen tegen [partij B] een grondslag ontbeert, oordeelt de voorzieningenrechter dat [partij A] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk is, voor zover deze tegen [partij B] zijn gericht.
Toetsingskader
5.6.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [partij A] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
Spoedeisend belang
5.7.
Anders dan Durateq betoogt, heeft [partij A] bij zijn vorderingen voldoende spoedeisend belang. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat partijen met betrekking tot de uitvoering van de AOK vanaf juni 2025 in een impasse verkeren, dat het werk sindsdien nagenoeg stil is komen te liggen, mede doordat Durateq het retentierecht heeft uitgeoefend door alle sloten van de woning te vervangen waardoor [partij A] geen toegang meer tot zijn eigen woning heeft, en dat sprake is van – in ieder geval – een lekkend(e) dak(kapel) waardoor schade aan de woning ontstaat. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.
Onderbouwing facturen
5.8.
[partij A] stelt dat Durateq in strijd met gemaakte afspraken veel meer werkzaamheden en materialen heeft gefactureerd dan de stand van het werk rechtvaardigt. Volgens [partij A] had hij op 26 mei 2025 al meer dan € 145.000 aan facturen (>70% van de aanneemsom ad € 205.203,04 inclusief meerwerk) betaald, terwijl later is gebleken dat Durateq op dat moment voor slechts circa € 25.000 inclusief btw werk had uitgevoerd en dat op de bouwplaats slechts voorraad/bouwmaterialen aanwezig waren van niet meer dan circa € 3.250 inclusief btw. Daarbij baseert [partij A] zich op het IVCO-rapport. [partij A] meent dat de facturen onvoldoende zijn onderbouwd om betaling daarvan te rechtvaardigen, terwijl Durateq daartoe wel gehouden is. Hij vordert op grond van de (nieuwe) artikelen 194 en 195 Rv afschriften van de onderbouwing van alle door Durateq in rekening gebrachte bedragen.
5.9.
Durateq betwist dat er een discrepantie bestaat tussen de stand van het werk en de gefactureerde bedragen. Daarbij verwijst zij onder meer naar de betalingsschema’s bij de facturen en het rapport van Thermophoto.
5.10.
Naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit de AOK dat facturering zal plaatsvinden naar rato levering (materialen) en productie (werk). Durateq heeft onvoldoende toegelicht dat de in 3.5 bedoelde facturen overeenkomen met de stand van het werk op de factuurdata. Uit de bij deze facturen gevoegde – moeilijk leesbare – betalingsschema’s valt dat in ieder geval niet eenvoudig af te leiden. Datzelfde geldt voor de bijgewerkte standen- en afwijkingenlijst die Durateq op 3 juni 2025 aan [partij A] heeft verstrekt (zie producties VV16, VV16B en VV16C van Durateq). Ook tijdens de zitting heeft Durateq bij monde van [partij B] de wijze waarop zij haar werkzaamheden en bestelde/geleverde materialen bij [partij A] in rekening heeft gebracht, die recht doet aan de stand van het werk, niet overtuigend kunnen uitleggen. Het rapport van Thermophoto biedt hierin evenmin inzicht. Daarin is juist geconcludeerd dat “
ongeveer 35-40% van de geplande werkzaamheden vermeld in het PvA zijn uitgevoerd.” Vast staat dat deze stand van het werk niet overeenkomt met het bedrag dat [partij A] tot nu toe heeft betaald. Volgens Durateq heeft zij in productie VV40 de stand van het werk in detail onderbouwd en volgt hieruit dat de resterende verplichtingen van [partij A] nog substantieel zijn, terwijl Durateq reeds een groot deel van het werk – inclusief materiaalvoorraden en voorbereidingen – heeft verricht. Nu Durateq dit overzicht eerst na de mondelinge behandeling (alsnog) in het geding heeft gebracht en dus te laat, zal de voorzieningenrechter productie VV40 met toepassing van artikel 19 lid 1 Rv jo. artikel 3.16 van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken (per 1 juli 2025) buiten beschouwing laten. Dat de facturen en/of betalingsschema's deels zouden zien op bestelde maar nog niet geleverde materialen (o.a. kozijnen), betekent niet dat Durateq deze materialen op voorhand in rekening mag brengen. De AOK spreekt immers alleen over “levering” en niet over “bestelling”. De stelling van Durateq dat partijen tijdens de zogenaamde kick-off vergadering op 11 maart 2025 – aan de hand van een diapresentatie – (aanvullend) zijn overeengekomen dat de facturering ook ziet op bestelde materialen, kan haar niet baten. Uit niets blijkt immers dat [partij A] daarmee heeft ingestemd. Voor nadere bewijslevering is in een kortgedingprocedure geen plaats. Daarbij is relevant dat Durateq in haar e-mail van 25 april 2025 expliciet heeft bevestigd dat in “
de gemaakte afspraken hebben wij telkens verwoord dat wijgeenaanbetalingen vragen voor de projecten die bij ons lopen.” Bovendien is op de mondelinge behandeling duidelijk geworden dat Durateq de kozijnen nog niet (volledig) heeft betaald en dat de kozijnen nog bij de leverancier zijn. Blijkens de betalingsschema’s heeft [partij A] de kozijnen al wel volledig aan Durateq betaald.
5.11.
Het voorgaande leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de sub (1) gevorderde onderbouwing van alle facturen van Durateq op grond van de artikelen 194 en 195 Rv toewijsbaar is. De termijn waarbinnen Durateq deze onderbouwing moet verstrekken zal conform de eis op drie werkdagen na betekening van het vonnis worden bepaald, aangezien Durateq hiertegen geen apart verweer heeft gevoerd en deze termijn redelijk wordt geacht om aan de eis te voldoen. De dwangsom zal worden gematigd.
Opheffing retentierecht
5.12.
Ingevolge artikel 3:290 BW is retentierecht de bevoegdheid die in de bij de wet aangegeven gevallen aan een schuldeiser toekomt, om de nakoming van een verplichting tot afgifte van een zaak aan zijn schuldenaar op te schorten totdat de vordering wordt voldaan.
5.13.
Nu hiervoor niet is gebleken dat Durateq een (opeisbare) vordering op [partij A] heeft, doordat hij zijn betalingsverplichtingen uit de AOK niet (tijdig en volledig) is nagekomen, was Durateq niet bevoegd tot inroeping van het retentierecht, nog daargelaten de wijze waarop zij dit heeft gedaan (vervanging sloten). De sub (2) gevorderde opheffing van het retentierecht is daarom toewijsbaar. De dwangsom zal worden gematigd. De gevorderde machtiging in sub (5) van het petitum in de dagvaarding zal worden afgewezen, omdat op dit moment de prikkel van een dwangsom voldoende wordt geacht tot (indien van toepassing) uitschrijving van het retentierecht in het Kadaster en tot afgifte van alle sleutels van de sloten van de woning.
Opname en voortzetting van het werk
5.14.
Ter zitting heeft Durateq zich bereid verklaard om haar medewerking te verlenen aan een opname van de stand en kwaliteit van het werk door een derde. Gelet op het wantrouwen tussen partijen, acht de voorzieningenrechter deze opname ook aangewezen om weer vooruit te kunnen. Op die manier kan de huidige status van het werk in kaart worden gebracht op basis waarvan een plan van aanpak kan worden gemaakt dat is gericht op oplevering in voltooide staat conform de AOK en het overeengekomen meerwerk op uiterlijk 1 december 2025. Tegen deze gestelde (fatale) opleverdatum heeft Durateq geen apart verweer gevoerd. Hieruit volgt dat het sub (3a) en (3b) gevorderde zal worden toegewezen. De dwangsom zal worden gematigd. De gevorderde machtiging in sub (8) van het petitum in de dagvaarding zal worden afgewezen, omdat op dit moment de prikkel van een dwangsom voldoende wordt geacht tot voldoening aan het sub (3a) en (3b) gevorderde. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat [partij A] meermaals te kennen heeft gegeven dat hij niet de financiële middelen heeft om het werk door een derde te laten afmaken, zodat het belang van [partij A] bij toewijzing van dit deel van het gevorderde niet duidelijk is.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.15.
Durateq verzoekt om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, “
aangezien zowel Durateq als de heer [partij B] in dat gevalonverwijld en met zekerheid hoger beroep zullen instellen, en een voorlopige tenuitvoerlegging in strijd zou zijn met de belangenafweging en rechtszekerheid.”
5.16.
Nu Durateq verweer voert tegen de uitvoerbaarheid bij voorraad, moeten de belangen van partijen worden afgewogen in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden, bijvoorbeeld in verband met de spoedeisendheid van het voldoen aan de veroordeling, het belang van degene die de veroordeling verkrijgt zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij bij behoud van de bestaande toestand tot op het rechtsmiddel is beslist. Mogelijk ingrijpende gevolgen van de executie, die moeilijk ongedaan gemaakt kunnen worden, staan op zichzelf niet in de weg aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad, maar moeten (slechts) meegewogen worden. Omdat Durateq haar belang bij niet uitvoerbaarheid bij voorraad onvoldoende heeft toegelicht, zal het daartoe strekkende verzoek worden afgewezen.
Proceskosten
5.17.
Durateq is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij A] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,75
(€ 293,50 : 2) [1]
- griffierecht
331,00
- salaris advocaat
1.107,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.762,75
in reconventie
5.18.
Met [partij A] oordeelt de voorzieningenrechter dat uit artikel 254 Rv jo. artikel 6.1 van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken (per 1 juli 2025) volgt dat een eis in reconventie in familie- en handelszaken alleen kan worden ingesteld door een partij die bij advocaat is verschenen. Nu Durateq zich niet door een advocaat laat bijstaan, maar zich door [partij B] als haar middellijk bestuurder laat vertegenwoordigen, is zij in haar vorderingen niet-ontvankelijk. Aan een inhoudelijke beoordeling van de reconventionele eis komt de voorzieningenrechter daarom niet toe. Bij de sub (2) gevorderde verstrekking van de naam, hoedanigheid en bedrijfsgegevens van de opsteller van het IVCO-rapport heeft Durateq overigens geen belang meer, aangezien deze gegevens haar inmiddels bekend zijn.
Proceskosten
5.19.
Durateq is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [partij A] worden begroot op € 553,50 aan salaris advocaat
(0,5 x € 1.107).
6. De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
verklaart [partij A] in zijn vorderingen tegen [partij B] niet-ontvankelijk;
6.2.
veroordeelt Durateq om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis aan [partij A] een afschrift te verstrekken van de volgende onderbouwing van alle door Durateq aan [partij A] in rekening gebrachte bedragen:
- met betrekking tot alle in rekening gebrachte materialen: inkoopfacturen, betaalbewijzen en leveringsbonnen;
- met betrekking tot alle in rekening gebrachte werkzaamheden: urenstaten, werkbonnen en facturen van onderaannemers;
6.3.
veroordeelt Durateq om – indien zij tekortschiet in haar verplichting als bedoeld in 6.2 – aan [partij A] een dwangsom te betalen van € 1.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000 is bereikt;
6.4.
veroordeelt Durateq om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de feitelijke toestand van de uitoefening van het retentierecht te staken en gestaakt te houden, door het verwijderen van de A4-tjes op de woning en (indien van toepassing) het uitschrijven van het retentierecht uit het Kadaster en alle sleutels van de sloten die Durateq van dan wel met betrekking tot de woning heeft, af te geven aan [partij A] ;
6.5.
veroordeelt Durateq om – indien zij tekortschiet in haar verplichting als bedoeld in 6.4 – aan [partij A] een dwangsom te betalen van € 1.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000 is bereikt;
6.6.
veroordeelt Durateq tot nakoming van de op haar rustende verplichtingen door Durateq te verplichten om:
(i) haar medewerking te verlenen aan het door of namens [partij A] middels expertiseonderzoek laten opnemen van de stand van het door Durateq uitgevoerde werk en het laten beoordelen van de kwaliteit van het door Durateq uitgevoerde werk; en
(ii) binnen 48 uur na betekening van dit vonnis het werk (de verbouwing van de woning) aan te vangen met de nodige werkzaamheden onder verstrekking van een deugdelijk plan van aanpak met uitvoeringsplanning en die werkzaamheden met de totale aanneemsom van € 205.203,04 conform dit plan van aanpak uiterlijk 1 december 2025 op te leveren in voltooide staat overeenkomstig de gesloten aannemingsovereenkomst, en aan [partij A] iedere laatste werkdag van de week schriftelijk verslag te doen van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd en de materialen die zijn geleverd;
6.7.
veroordeelt Durateq om – indien zij tekortschiet in haar verplichtingen als bedoeld in 6.6 – aan [partij A] een dwangsom te betalen van € 1.000 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van
€ 100.000 is bereikt;
6.8.
veroordeelt Durateq in de proceskosten van € 1.762,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Durateq niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
6.9.
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
6.10.
verklaart Durateq in haar vorderingen niet-ontvankelijk;
6.11.
veroordeelt Durateq in de proceskosten van € 553,50;
in conventie en in reconventie
6.12.
verklaart dit vonnis – met uitzondering van 6.1, 6.9 en 6.10 – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op
28 juli 2025. (PS)

Voetnoten

1.Omdat [partij A] in zijn vorderingen tegen [partij B] niet-ontvankelijk is, komen alleen de kosten van de dagvaarding ten aanzien van Durateq voor vergoeding in aanmerking.