Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.DURATEQ B.V.,
[partij B],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord (tevens eis in reconventie) met 38 producties;
- de mondelinge behandeling van 14 juli 2025, ter gelegenheid waarvan door partijen pleitnota’s zijn overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de aanhouding ten behoeve van minnelijk overleg;
3.De feiten
- Start van de werkzaamheden In beginsel week 16 van 2025
- Doorlooptijd van de werkzaamheden Ca. 14-18 weken
- Stelposten zijn verrekenbaar
- Facturering Naar rato levering en of productie en o.b.v.
- Betaaltermijn Per omgaande na ontvangst factuur
- Garanties Conform fabrieksgaranties per onderdeel”
er tot op heden veel meer betaald is dan werkelijk uitgevoerd op de bouwplaatsen dat “
de kwaliteit van het uitgevoerde werk laat op diverse punten te wensen over”.
4.Het geschil
5.De beoordeling
ongeveer 35-40% van de geplande werkzaamheden vermeld in het PvA zijn uitgevoerd.” Vast staat dat deze stand van het werk niet overeenkomt met het bedrag dat [partij A] tot nu toe heeft betaald. Volgens Durateq heeft zij in productie VV40 de stand van het werk in detail onderbouwd en volgt hieruit dat de resterende verplichtingen van [partij A] nog substantieel zijn, terwijl Durateq reeds een groot deel van het werk – inclusief materiaalvoorraden en voorbereidingen – heeft verricht. Nu Durateq dit overzicht eerst na de mondelinge behandeling (alsnog) in het geding heeft gebracht en dus te laat, zal de voorzieningenrechter productie VV40 met toepassing van artikel 19 lid 1 Rv jo. artikel 3.16 van het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken (per 1 juli 2025) buiten beschouwing laten. Dat de facturen en/of betalingsschema's deels zouden zien op bestelde maar nog niet geleverde materialen (o.a. kozijnen), betekent niet dat Durateq deze materialen op voorhand in rekening mag brengen. De AOK spreekt immers alleen over “levering” en niet over “bestelling”. De stelling van Durateq dat partijen tijdens de zogenaamde kick-off vergadering op 11 maart 2025 – aan de hand van een diapresentatie – (aanvullend) zijn overeengekomen dat de facturering ook ziet op bestelde materialen, kan haar niet baten. Uit niets blijkt immers dat [partij A] daarmee heeft ingestemd. Voor nadere bewijslevering is in een kortgedingprocedure geen plaats. Daarbij is relevant dat Durateq in haar e-mail van 25 april 2025 expliciet heeft bevestigd dat in “
de gemaakte afspraken hebben wij telkens verwoord dat wijgeenaanbetalingen vragen voor de projecten die bij ons lopen.” Bovendien is op de mondelinge behandeling duidelijk geworden dat Durateq de kozijnen nog niet (volledig) heeft betaald en dat de kozijnen nog bij de leverancier zijn. Blijkens de betalingsschema’s heeft [partij A] de kozijnen al wel volledig aan Durateq betaald.
aangezien zowel Durateq als de heer [partij B] in dat gevalonverwijld en met zekerheid hoger beroep zullen instellen, en een voorlopige tenuitvoerlegging in strijd zou zijn met de belangenafweging en rechtszekerheid.”