Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
ZWO 25 /1928 BESLU (hierna ook: de rechter).
Rechtbank Overijssel
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel, omdat deze geen beslissing wilde nemen op een laat ingediend verzoek tot voorlopige voorziening. De rechter oordeelde dat het verzoekschrift te laat was en dat het geen aanleiding gaf tot een spoedbeslissing.
De wrakingskamer overwoog dat een wraking alleen mogelijk is bij concrete aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. Een procesbeslissing, ook als deze onjuist of gebrekkig gemotiveerd is, vormt op zichzelf geen grond voor wraking.
De wrakingskamer stelde vast dat de rechterlijke beslissing een normale procesbeslissing was, mede gezien de korte termijn en het ontbreken van een formeel besluit waartegen bezwaar of beroep was ingesteld. Ook de suggestie van voorafgaand overleg tussen rechter of griffie en de gemeente was ongegrond. Het verzoek tot wraking werd daarom kennelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.