ECLI:NL:RBOVE:2025:5134

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
4 augustus 2025
Publicatiedatum
4 augustus 2025
Zaaknummer
08-146089-20
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel na verduistering en witwassen

Op 4 augustus 2025 heeft de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een veroordeelde die zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering en witwassen. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 63.263,70 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De vordering van de officier van justitie was gericht op het vaststellen van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel, dat door de rechtbank is vastgesteld op € 109.506,79, na aftrek van een vordering van een benadeelde partij van € 46.243,09. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde in de periode van 1 januari 2014 tot en met 7 december 2018 een bedrag van in totaal € 46.243,09 heeft verduisterd en dat er sprake is van witwassen. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie behandeld op een openbare terechtzitting op 21 juli 2025, waarbij de veroordeelde niet aanwezig was. De rechtbank heeft de argumenten van de verdediging, waaronder de schending van de redelijke termijn en het conservatoir beslag op een personenauto, in overweging genomen, maar heeft geen aanleiding gezien om de betalingsverplichting te matigen. De rechtbank heeft de beslissing op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht genomen, waarbij de wettelijke voorschriften zijn nageleefd. Het vonnis is openbaar uitgesproken en is ondertekend door de rechters en de griffier.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-146089-20
Datum vonnis: 4 augustus 2025
Vonnis op tegenspraak (279 Sv) van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde]
geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .

1.De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 121.476,94.

2.De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzitting van 21 juli 2025. De gemachtigde raadsvrouw mr. N.F. Hoogervorst, advocaat in Hilversum, is op de vordering gehoord. De veroordeelde is niet op de zitting verschenen.
Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd. Het gevorderde bedrag is door de officier van justitie ontleend aan het rapport ‘berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het bedrag van de toegewezen vordering van de benadeelde partij in de hoofdzaak in mindering dient te worden gebracht op het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de eenvoudige kasopstelling van een beginsaldo van € 1.000,-- moet worden uitgegaan en dat de contante opnamen van de bankrekening van de zoon van veroordeelde, in totaal € 10.768,05, als opnamen van veroordeelde in de kasopstelling moeten worden meegenomen.
Verder dient de toegekende vordering benadeelde partij in de hoofdzaak in mindering te worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de schending van de redelijke termijn. Tot slot heeft de raadsvrouw aangevoerd dat conservatoir beslag is gelegd op de personenauto van veroordeelde. Zij heeft zich ten aanzien van de vraag of de waarde van dit beslag in mindering moet worden gebracht op de op te leggen ontnemingsmaatregel, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.De beoordeling van de vordering

3.1
Veroordeling
Veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 4 augustus 2025 veroordeeld voor de strafbare feiten:
feit 1
het misdrijf: verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: witwassen, meermalen gepleegd.
3.2
De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank acht op grond van voornoemde bewezenverklaring aannemelijk dat veroordeelde uit deze feiten voordeel heeft verkregen.
Voor de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank als uitgangspunt de bewijsmiddelen en de overwegingen ten aanzien van de verduisterde en witgewassen geldbedragen, zoals die zijn opgenomen in het vonnis van de hoofzaak, alsmede het rapport ‘berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’, opgenomen in de bewijsbijlage. Hieruit blijkt het volgende.
a.
a) verduisterde geldbedragen
De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde in de periode van 1 januari 2014 tot en met
7 december 2018 een bedrag van in totaal
€ 46.243,09heeft verduisterd.
b) eenvoudige kasopstelling
Door de verdediging is onweersproken gesteld dat van een beginsaldo van € 1.000,-- moet worden uitgegaan en dat de contante opnamen vanaf de bankrekening van de zoon van veroordeelde, in totaal € 10.768,05, als opnamen van veroordeelde in de berekening moeten worden meegenomen zodat van een bedrag van € 46.791,30 aan contante ontvangsten moet worden uitgegaan. De rechtbank is in het strafvonnis van deze bedragen uitgegaan. Voor het overige heeft de rechtbank de bedragen zoals die zijn berekend aan de hand van de eenvoudige kasopstelling als uitgangspunt genomen.
De rechtbank heeft de volgende bedragen vastgesteld:
Beginsaldo contant geld € 1.000,--
+/+ Legale contante ontvangsten inclusief bankopnamen € 46.791,30
-/- Eindsaldo contant geld € 1.350,--
Beschikbaar voor het doen van uitgaven € 46.441,30
-/- Werkelijk contante uitgaven inclusief bankstortingen € 109.705,--
Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel)
€ 63.263,70
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 46.243,09 + € 63.263,70 =
€ 109.506,79.
3.3
De vaststelling van de betalingsverplichting
Toegewezen vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] BV
De rechtbank ziet, evenals de officier van justitie en raadsvrouw, aanleiding om de in de hoofdzaak toegewezen vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] BV in mindering te brengen op de betalingsverplichting. De rechtbank vermindert de betalingsverplichting daarom met € 46.243,09.
Overschrijding van de redelijke termijn
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Deze overschrijding is reeds verdisconteerd in de hoofdzaak, waar aan veroordeelde – in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf – een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van één jaar is opgelegd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om het te betalen bedrag te matigen en volstaat met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden.
Het inbeslaggenomen voertuig
Op 20 januari 2020 is onder veroordeelde een personenauto (Opel Crossland X, [kenteken] ) in beslag genomen (conservatoir beslag), welke via Domeinen Roerende Zaken is verkocht voor een bedrag van €14.700,--. In het kader van een transactievoorstel heeft veroordeelde ingestemd met verrekening van dit bedrag ter voldoening van de ontnemingsvordering. Aangezien inmiddels is overgegaan tot strafvervolging, is dit transactievoorstel niet langer van toepassing. De rechtbank ziet geen aanleiding om de waarde van het conservatoir beslag in mindering te brengen op de betalingsverplichting. Deze waarde kan immers bij de executie van de onherroepelijk geworden betalingsverplichting worden betrokken.
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande het te betalen bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 109.506,79 -/- € 46.243,09 =
€ 63.263,70.

4.De wettelijke voorschriften

De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.

5.De beslissing

De rechtbank:
  • stelt het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
  • legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van
  • bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. S.H. Peper en mr. J. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op
4 augustus 2025.
Mr. Stam en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON1R019009/Antalya. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van verbalisant [verbalisant 1] van 28 juli 2020, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, p. 284 e.v.:
Onderzoeksperiode 01-01-2014 t/m 07-12-2018
5.3
Onderzoek aankopen via internet bestemd voor privégebruik
- 5.3.1 Onderzoeksbevindingen bij [internetsite 1] .
Uit de analyse van de ontvangen gegevens van [internetsite 1] is gebleken dat [veroordeelde] voor
€ 4.361,57 aan goederen heeft besteld via rekeningen van [bedrijf 1] .
- 5.3.2 Onderzoeksbevindingen bij [internetsite 2]
Uit de analyse van de ontvangen gegevens van [internetsite 2] is gebleken dat [veroordeelde] voor € 729,68 aan goederen heeft besteld via rekeningen van [bedrijf 1] .
- 5.3.3 Onderzoeksbevindingen bij [bedrijf 2]
Uit de analyse van de ontvangen gegevens van [bedrijf 2] is gebleken dat [veroordeelde] is voor
€ 7.284,96 aan goederen heeft besteld. Er is € 3.115,06 betaald aan [bedrijf 3] via rekeningen van [veroordeelde] . Resteert: € 4.169,90.
- 5.3.5 Onderzoeksbevindingen bij [bedrijf 4]
Uit de analyse van de ontvangen gegevens van [bedrijf 4] is het gebleken dat [veroordeelde] voor € 4.512,97 aan privégoederen heeft besteld via rekeningen van [bedrijf 1] .
- Resumé paragraaf 5.3
5.3.1
[internetsite 1] € 4.361,57
5.3.2
[internetsite 2] € 729,68
5.3.3
[bedrijf 2] € 4.169,90
5.3.5
[bedrijf 4] € 4.512,97
5.4
Onderzoek bankrekeningen
Het onderzoek naar boekingen van en naar de rekening [rekeningnummer] op naam van [bedrijf 1] heeft geresulteerd in de volgende bevindingen:
- 5.4.1.1 Overboeking vanaf rekening [bedrijf 1] naar rekening [naam 1]
Op 19 september 2016 ontvangt [naam 1] van die rekening € 489,25.
- 5.4.1.2. Overboeking vanaf rekening [bedrijf 1] naar rekening [naam 2]
Op 21 november 2016 ontvangt [naam 2] van die rekening € 1.459,25.
- 5.4.1.3 Overboeking vanaf rekening [bedrijf 1] naar rekeningen van [veroordeelde] en v.v.
Per saldo op rekeningen van [veroordeelde] ontvangen: € 29.520,47
- 5.4.1.4 € 1000,- te weinig overgemaakt
Op 18 januari 2016 is er € 9.645,- contant gestort op een rekening van [veroordeelde] . Op diezelfde dag is er vanaf die rekening € 8.645,- overgemaakt op een rekening van [bedrijf 1] .
- Resumé paragraaf 5.4
5.4.1.1 Overboeking op rekening [naam 1] € 489,25
5.4.1.2 Overboeking op rekening [naam 2] € 1.459,25
5.4.1.3 Overboekingen op rekening [veroordeelde] € 29.520,47
5.4.1.3 Storting minus overboeking € 1.000,00
Totaal € 32.468,97
5.5
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel via de eenvoudige kasopstelling:Door middel van deze methode van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
wordt nagegaan of, en zo ia, in hoeverre betrokkene meer contante uitgaven heeft gedaan
dan via legale bron kunnen worden verantwoord.
5.5.1
Beginsaldo contant geld
Het bedrag dat [veroordeelde] aan contanten tot haar beschikking had aan het begin van de
onderzoeksperiode. Het gaat daarbij om legaal in haar bezit gekregen contanten.
5.5.2
Legale contante ontvangsten inclusief bankopnames
Legaal ontvangen contante bedragen uit bijvoorbeeld arbeid, maar ook de geldopnames bij de bank. Resumé: contante ontvangsten totaal € 36.023,25
5.5.3
Werkelijk contante uitgaven inclusief bankstortingen
Dit betreft alle contante uitgaven die gedaan zijn in de onderzoeksperiode. Contante stortingen worden ook gezien als uitgaven (het gaat uit de portemonnee).
-
Contante stortingen op rekening [veroordeelde] :
24 stortingen: € 82.700,-, waarvan twee stortingen van € 6.450,- en € 9.645,-. Op de rekening van [veroordeelde] is te zien dat vervolgens € 6.450,- en € 8.645,- worden overgemaakt naar een rekening van [bedrijf 1] . € 6.450,- en € 9.645,- zullen om die reden in mindering worden gebracht waarna er een bedrag van
€ 67.605,-overblijft.
-
Contante stortingen op rekening [naam 1]
In totaal wordt er tien keer geld gestort op een rekening van de dochter van [veroordeelde] . Totaal gestort bedrag is
€ 39.600,00. De bedragen variëren tussen € 500,- en € 8.500, -. De bedragen komen qua hoogte van de bedragen globaal overeen met de gestorte bedragen op de rekeningen van [veroordeelde] zelf. De gestorte bedragen passen niet bij de leeftijd van haar dochter, die gedurende de periode 14-17 jaar was. Op € 520,- na, worden die gestorte bedragen direct daarna dezelfde dag overgemaakt op bankrekeningen van [veroordeelde] .
-
Contante (deel)betaling bij aankoop personenauto
Op een bankrekening van [veroordeelde] was te zien dat er op 12-03-2018 € 8.753,40 was betaald aan autobedrijf [bedrijf 5] . Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer bleek dat [veroordeelde] op 09-03-2018 een nieuwe personenauto, een Opel Crossland X, op naam had gekregen. Op 7 december 2018 is die personenauto overgeschreven op naam van mevrouw [naam 3] , zijnde de moeder van [veroordeelde] . Op 24 juni 2019 sprak [verbalisant 2] , brigadier van de politie Oost-Nederland, met een medewerker van genoemde garage. Hij vertelde o.a. dat mevrouw [veroordeelde] de Opel had gekocht voor ruim € 30.000,-, dat zij een auto had ingeruild en dat het restbedrag van € 13.500,- contant was betaald. [naam 3] , de moeder van [veroordeelde] , is als getuige gehoord in dit onderzoek. Zij verklaarde dat zij € 11.000,- contant had geleend aan haar dochter voor de aankoop van die personenauto. Op basis van deze bevindingen wordt
€ 2.500,-meegenomen in deze berekening.
- Resumé contante uitgaven:
- Contante stortingen op rekeningen [veroordeelde] : € 67.605,-
- Contante stortingen op rekeningen [naam 1] : € 39.600,-
- Contante betaling aankoop auto: € 2.500,-
- Totaal contante uitgaven: € 109.705,-
5.5.4
Eindsaldo contant geld
Het bedrag aan contanten dat [veroordeelde] tot haar beschikking had aan het einde van de onderzoeksperiode. [veroordeelde] heeft verklaard dat zij op 7 december 2018 € 1.350,- contant geld in haar kluis had. Om die reden zal het eindsaldo op € 1.350,- worden gesteld.
5.5.5
Overzicht resultaat eenvoudige kasopstelling
De volgende opstelling kan worden vervaardigd:
5.5.1
Beginsaldo contant geld € 100,00
+/+ 5.5.2 Legale contante ontvangsten inclusief bankopnamen € 36.023,25
-/- 5.5.4 Eindsaldo contant geld € 1.350,00
Beschikbaar voor het doen van uitgaven € 34.773,25
-/- 5.5.3 Werkelijk contante uitgaven inclusief bankstortingen € 109.705,00
Verschil (wederrechtelijk verkregen voordeel) € 74.931,75