Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift, met bijlagen, binnengekomen op 11 maart 2025;
- een op 21 maart 2025 binnengekomen brief met bijlagen van mr. Schreurs;
- het verweerschrift, tevens houdende zelfstandig verzoek, met bijlagen, binnengekomen op 29 april 2025;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, tevens aanvullend verzoek, binnengekomen op 20 juni 2025;
- het verweerschrift op het aanvullend verzoek, binnengekomen op 4 juli 2025, en
- een op 7 juli 2025 binnengekomen brief met bijlagen van mr. Schreurs van 7 juli 2025.
2.De feiten
[het kind], op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats]. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over [het kind].
- de man zal met ingang van de eerste van de maand volgend op de indiening van het echtscheidingsverzoek € 418,-bruto per maand bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de vrouw;
- [het kind] heeft haar hoofdverblijf bij moeder;
- [het kind] zal één weekend per veertien dagen van zaterdagochtend tot zondagavond bij de vader verblijven. Omgang tijdens vakanties en feestdagen zal door partijen in goed onderling overleg worden geregeld;
- de kosten van [het kind] zijn begroot op € 419,-;
- de vader betaalt met ingang van de maand september 2018 aan de moeder een alimentatie voor [het kind] van € 339,- per maand; en
- de vader betaalt daarnaast de maandelijkse inleg op de Spaarrekening van [het kind].
3.Het verzoek
- wijziging van de beschikking van 25 september 2018 althans van de bij convenant van 17 september 2018 overeengekomen partneralimentatie in die zin dat de partneralimentatie vanaf de datum van indiening van dit verzoekschrift, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, wordt gelimiteerd dan wel op nihil wordt gesteld;
- wijziging van de beschikking van 25 september 2018 althans van de bij ouderschapsplan van 17 september 2018 overeengekomen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] in die zin dat dat de man met ingang van de datum van indiening van dit verzoekschrift, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, € 241,- per maand aan de vrouw dient te voldoen;
- veroordeling van de vrouw om aan de man terug te betalen de alimentatie die de man als gevolg van de nieuwe nog af te geven wijzigingsbeslissing te veel heeft betaald, een en ander binnen één maand na datum beschikking door de vrouw aan de man te voldoen, althans binnen een door de rechtbank te bepalen datum, subsidiair te bepalen dat de man de aan de vrouw nog verschuldigde alimentatie mag verrekenen met door de haar te veel ontvangen alimentatie;
- kosten rechtens.
- gedurende de eerste en tweede maand: één keer per twee weken twee uur begeleid contact tussen [het kind] en vader op een neutrale locatie onder begeleiding van gemeente of andere hulpverlenende instantie;
- gedurende de derde en vierde maand: één keer per twee weken vier uur onbegeleid contact tussen [het kind] en vader van zondagochtend 10.00 uur tot zondagmiddag 14.00 uur;
- gedurende de vijfde en zesde maand: één keer per twee weken van zaterdag 10.00 tot zondag 16.00 uur contact tussen [het kind] en vader; en
- na zes maanden: eens per veertien dagen van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur bij vader;
4.Het verweer, tevens houdende zelfstandig verzoek en het verweer daartegen
- de beschikking van 25 september 2018, althans de overeenkomst van 17 september 2018, ten aanzien van de partneralimentatie te wijzigen en te bepalen dat de partneralimentatie met ingang van de datum van deze beschikking wordt gewijzigd naar € 350,- bruto per maand, met ingang van 1 september 2026 naar € 200,- per maand en met ingang van 1 september 2027 naar € 125,- bruto per maand, waarna de partneralimentatie per 1 september 2028 definitief wordt beëindigd, althans
- de beschikking van 25 september 2018, althans het ouderschapsplan van 17°september°2018, te wijzigen en te bepalen dat de man met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, althans datum afgifte beschikking als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [het kind] aan de vrouw €°522,- per maand dient te voldoen, althans enig ander bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank meent dat juist is; en
- de beschikking van 25 september 2018 te wijzigen en te bepalen dat er momenteel geen zorgregeling is tussen [het kind] en vader, en partijen te verwijzen naar de gemeente om te starten met een traject op ouderniveau ter verbetering van de communicatie, waarbij oog is voor een mogelijk herstel van contact tussen vader en [het kind], mits hij laat zien hierna haar grenzen te accepteren.
5.De beoordeling
draagkrachtvan de onderhoudsplichtige ouder(s). De verzorgende ouder (hier: de vrouw) is gedurende de minderjarigheid van het kind de
rechthebbendeop de kinderalimentatie maar het kind is de
onderhoudsgerechtigde. De vrouw is derhalve in twee hoedanigheden in deze procedure betrokken, namelijk als onderhoudsplichtige ouder én als rechthebbende op de kinderalimentatie.
tegenover het kinden niet een verplichting tegenover de andere ouder. Voor zover de man bedoelt te betogen dat de vrouw
tegenover hemgehouden is haar draagkracht voor kinderalimentatie te vergroten zodat hij minder hoeft bij te dragen, miskent hij dat uitgangspunt.
6.De beslissing
[het kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2015, vanaf 11 maart 2025
€°519,- (vijfhonderd negentien EURO)per maand bedraagt;
€°131,- (honderd eenendertig EURO)bruto per maand en vanaf 1 januari°2026 nihil bedraagt;
uiterlijk op 8 januari°2026schriftelijk uit te laten over het verdere verloop van de procedure;