ECLI:NL:RBOVE:2025:5197

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 augustus 2025
Publicatiedatum
14 augustus 2025
Zaaknummer
ak_25_2155
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit bij Woo-verzoek

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel op 14 augustus 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening. Het verzoek was gericht tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). De voorzieningenrechter beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het verzoek.

Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een verzoek om een voorlopige voorziening voldoen aan formele en materiële connexiteit. Hoewel aan de formele connexiteit was voldaan omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen aanhangig was, ontbrak de materiële connexiteit. Het verzoek om voorlopige voorziening wilde namelijk de ingebruikname van een pand door een derde partij tegenhouden, wat niet rechtstreeks verband hield met het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek.

Daarom werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht toegewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en is gedaan door voorzieningenrechter J.H.M. Hesseling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2155

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Voordat de voorzieningenrechter aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek kan toekomen, dient hij te beoordelen of het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvankelijk is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet het geval.
4. Uit artikel 8:81 van Pro de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van formele en materiële connexiteit. Niet alleen is voor een ontvankelijk verzoek om een voorlopige voorziening nodig dat tegen een besluit bezwaar is ingediend of beroep bij de bestuursrechter is ingesteld (formele connexiteit); wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken moet ook betrekking hebben op de inhoud van dat besluit (materiële connexiteit).
5. Ten tijde van het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening was het beroep tegen het niet tijdig beslissen aanhangig bij de bestuursrechter. Er is daarom voldaan aan het vereiste van formele connexiteit. Er is echter geen sprake van materiële connexiteit. Het beroep van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen is namelijk gericht op het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek. In zijn verzoek om een voorlopige voorziening vraagt verzoeker aan de voorzieningenrechter om te bepalen dat het college geen medewerking mag verlenen aan de ingebruikname van het pand [adres] door Tactus Ambulante Verslavingszorg voordat er (volledig) op zijn Woo-verzoek is beslist. Dit is, gelet op het connexe beroep dat gaat over het niet tijdig beslissen op een Woo-verzoek, een te verstrekkende voorziening. In andere bewoording kan verzoeker niet bereiken met zijn verzoek om een voorlopige voorziening wat hij beoogt: dat de voorzieningenrechter de ingebruikname van het pand tegenhoudt.
6. Het verzoek moet daarom niet-ontvankelijk verklaard worden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Fortuin, griffier, uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.