ECLI:NL:RBOVE:2025:5197
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit bij Woo-verzoek
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel op 14 augustus 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening. Het verzoek was gericht tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). De voorzieningenrechter beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het verzoek.
Volgens artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een verzoek om een voorlopige voorziening voldoen aan formele en materiële connexiteit. Hoewel aan de formele connexiteit was voldaan omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen aanhangig was, ontbrak de materiële connexiteit. Het verzoek om voorlopige voorziening wilde namelijk de ingebruikname van een pand door een derde partij tegenhouden, wat niet rechtstreeks verband hield met het niet tijdig beslissen op het Woo-verzoek.
Daarom werd het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht toegewezen. De uitspraak bindt niet in een eventueel bodemgeding en is gedaan door voorzieningenrechter J.H.M. Hesseling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.