Eiser, die het medisch certificaat klasse 1 wilde verkrijgen om commerciële vluchten uit te voeren, kreeg dit certificaat aanvankelijk toegekend na een keuring door een luchtvaartgeneeskundige keuringsarts (AME). Later trok de minister dit certificaat in op grond van migraineaanvallen die eiser in het verleden had gehad, waarbij verweerder zich baseerde op Europese regelgeving die een aanvalsvrije periode van vijf jaar vereist.
Eiser betwistte de intrekking en voerde aan dat de richtlijnen niet bindend zijn, dat de AME discretionaire bevoegdheid had en dat alternatieve restricties mogelijk waren. Tevens stelde hij dat het vertrouwen in het certificaat was geschonden en dat de intrekking grote gevolgen voor hem had.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was het certificaat in te trekken omdat het aanvankelijk ten onrechte was verleend. Echter ontbrak in het bestreden besluit een motivering waarom verweerder van die bevoegdheid gebruikmaakte, wat in strijd is met het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigde daarom het besluit voor zover het ontbrak aan motivering, maar liet de rechtsgevolgen van de intrekking in stand vanwege het belang van de vliegveiligheid.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij het intrekken van medische certificaten voor vliegbrevetten.