Uitspraak
[verzoekers] e.a., uit [woonplaats 1] , verzoekers
het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen
Inleiding
Beslissing
.Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Bij besluit van 13 februari 2025 verleende het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen een omgevingsvergunning aan de vergunninghouder voor het bouwen van een woning en een schuur aan een adres. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat bij besluit van 30 juli 2025 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelden verzoekers beroep in bij de rechtbank en verzochten zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 19 augustus 2025 tijdens een mondelinge zitting waarbij alle partijen aanwezig waren. De vergunninghouder verklaarde te willen wachten met de bouw van de woning, maar de schuur wel te willen realiseren. De voorzieningenrechter overwoog dat het bouwen van de schuur volledig voor eigen risico van de vergunninghouder is en dat eventuele onherroepelijke gevolgen bij het niet-standhouden van de vergunning kunnen worden hersteld.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen sprake is van onverwijlde spoed of onomkeerbare gevolgen die een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Ook ontbrak het procesbelang voor schorsing van de vergunning van 13 februari 2025, omdat er een tweede vergunning van 7 mei 2025 is verleend. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en wees proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onomkeerbare gevolgen.