Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.Het standpunt van mr. E. Venekatte, mr. B.T.C. Jordaans en mr. G.C. Bos
4.De beoordeling
“De verzoeken tot het horen van de verzochte getuigen (…) worden afgewezen, omdat, gelet op de inhoud van de tenlastelegging, onvoldoende is onderbouwd waarom het horen van deze personen van belang is voor enig te nemen beslissing uit hoofde van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering. Naar redelijkerwijs valt aan te nemen wordt de verdachte door de afwijzing van deze verzoeken niet in zijn verdediging geschaad.”