ECLI:NL:RBOVE:2025:526
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nieuw verzoek schuldsanering wegens eerdere verwijtbare beëindiging en gebrek aan nakoming
De rechtbank Overijssel behandelde op 20 januari 2025 het verzoek van de schuldenaar tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Eerder was op 4 maart 2019 een Wsnp van toepassing verklaard, maar deze werd op 21 december 2021 tussentijds beëindigd wegens structureel niet voldoen aan de inlichtingenplicht, mede door frauduleus handelen met emailberichten. Het faillissement van de schuldenaar volgde en werd op 10 mei 2022 beëindigd.
De rechtbank overwoog dat de wetgever niet heeft beoogd dat schuldenaren die binnen drie jaar na een verwijtbare beëindiging opnieuw een Wsnp verzoek indienen, al worden toegelaten. De schuldenaar maakte niet aannemelijk dat hij nu wel aan de verplichtingen, zoals de inlichtingenplicht, zal voldoen. Er is een jarenlang patroon van niet-naleving en onwaarheden, waaronder het vervalsen van documenten en het afleggen van tegenstrijdige verklaringen over zijn verblijfplaats.
De schuldenaar voerde dat hij uit angst voor bedreigingen frauduleus had gehandeld, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ook de relatie en samenwoning met zijn ex-partner en kinderen bleef onduidelijk. De rechtbank concludeerde dat het verzoek moet worden afgewezen omdat het vertrouwen in de goede trouw ontbreekt en de schuldenaar onvoldoende inzicht en verantwoordelijkheid toont.
De rechtbank wees het verzoek af en wees op het recht van hoger beroep binnen de wettelijke termijn, waarbij het hoger beroep alleen door een advocaat kan worden ingesteld bij het Gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens eerdere verwijtbare beëindiging en gebrek aan nakoming.