Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, het college
Samenvatting
Procesverloop en tot stand komen van het bestreden besluit
Door geautomatiseerde bestandsvergelijking tussen het college en het Inlichtingenbureau van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is er een signaal ontvangen over een vermogen, dat boven het vrij te laten vermogen uit komt. Ook is er sprake van bankrekeningen die niet door eiseres zijn gemeld ten tijde van haar aanvraag. Naar aanleiding daarvan heeft het college een onderzoek opgestart naar de rechtmatigheid van de bijstandsuitkering.
Afschriften van al haar bankrekeningen over de periode van 1 januari 2023 tot en met heden.
Per bankrekening moet voorts het volgende te zien zijn:
Het college stelt dat eiseres zich niet aan de inlichtingenplicht heeft gehouden. Het college heeft verzocht om bankafschriften in te leveren van bankrekeningen die niet bekend waren bij het college. Eiseres is verzocht om uitleg te geven over haar vermogen. Eiseres heeft die informatie niet volledig verstrekt. Het recht op bijstand is daarom niet langer vast te stellen.
Beoordeling door de rechtbank
Eiseres stelt voorts dat het college onvoldoende heeft onderzocht of zij daadwerkelijk toegang heeft tot alle bankrekeningen en afschriften en daarnaast van de gegevens van het bitvavo crypto-account. Het enkele feit dat de bankrekeningen op haar naam staan is daartoe onvoldoende. De stelling van de gemeente dat de bank heeft verklaard dat bankafschriften tot vijf jaar terug opgevraagd kunnen worden betekent niet dat eiseres hier dus ook feitelijk toegang toe had, financieel, administratief en/of praktisch gezien. Het college had dit moeten onderzoeken.
Eiseres heeft de inlichtingenplicht niet geschonden, zij was immers feitelijk niet in staat om de stukken te overleggen. Daardoor is er geen sprake van opzet of grove nalatigheid waardoor een mildere sanctie of nader onderzoek passender zou zijn geweest. Het enkele feit dat geen stukken zijn overlegd maakt nog niet dat de inlichtingenplicht is geschonden.Door de informatie op te vragen van de bankrekeningen die weliswaar op naam van eiseres stonden, maar in de praktijk in gebruik waren bij haar volwassen kinderen, is een disproportionele inbreuk gemaakt op het recht op privacy van haar kinderen. Zij had ook geen bemoeienis meer met de bankrekeningen; ze werden uitsluitend gebruikt door haar volwassen kinderen. Ze kon daardoor ook niet over de middelen op de rekeningen beschikken. De tenaamstelling is niet relevant, maar de mogelijkheid om over de middelen te beschikken.
Eiseres heeft gesteld dat zij geen toegang heeft tot de bankrekeningen omdat deze door haar kinderen worden gebruikt. De rechtbank volgt eiseres niet in deze stelling. De bankrekeningen stonden op haar naam, dit veronderstelt dat zij ook toegang had tot deze rekeningen. Dat dit niet het geval is heeft ze niet onderbouwd.
Het betoog van eiseres dat de vragen van het college een schending van privacy opleveren ten aanzien van haar kinderen volgt de rechtbank evenmin. Het college mag immers inlichtingen opvragen omtrent rekeningen en gegevens die op naam van eiseres staan. Op grond van artikel 6, eerste lid, sub c van de algemene verordening gegevensbescherming is de verwerking in dit geval noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting (de inlichtingenplicht) die op de verwerkingsverantwoordelijke (eiseres in dit geval) rust, waardoor er een grondslag is voor verstrekking van de gegevens door eiseres. [2]