Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A 1] B.V.,
2.
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident, tevens akte referte in het vrijwaringsincident;
3.De feiten
“unfortunately not yet, i am working on it. (…)”
unfortunately, it seems that our suspicions have come true and most likely the goods have been stolen by the carrier (…).”
4.Het geschil
- [partij B 1] richt zich alleen op het doen vervoeren. Naar de buitenwereld presenteert zij zich ook als zodanig. Zo staat op haar website onder meer dat zij transporten ‘organiseert’ en dat zij werkt met ‘geselecteerde vervoerders op basis van langdurige contacten’.
- [partij B 1] heeft geen eigen transportmaterieel.
- Weliswaar staat [partij B 1] in het Poolse handelsregister geregistreerd in de categorie ‘goederenvervoer over de weg’, maar dat komt omdat voor expediteurs geen aparte registratiecode bestaat.
- [partij B 1] en [partij A 1] zijn met elkaar in contact gekomen, omdat [partij A 1] een expediteur zocht.
- Uit de mailwisseling tussen [partij B 1] en [partij A 1] van 9 mei 2022 blijkt dat [partij B 1] zich bij [partij A 1] heeft geïntroduceerd als expediteur, en [partij A 1] dit ook zo heeft begrepen. [partij A 1] stuurt immers de introductiemail van [partij B 1] binnen de organisatie van [partij A 1] door met de tekst dat zij de contactgegevens van de Poolse expediteur stuurt.
- Op iedere factuur die [partij A 1] van [partij B 1] heeft ontvangen, staat als omschrijving dat het gaat om “
- [partij A 1] is een aanzienlijk bedrijf dat regelmatig goederen naar (buitenlandse) afnemers verstuurt. [partij A 1] mag daarom bekend worden verondersteld met het (juridische) verschil tussen vervoerder en expediteur.
- Bij de opdracht van 26 april 2023 mailde [partij B 1] haar opties te checken en het duurde een halve dag voordat [partij B 1] een aanbieding had. Een vervoerder heeft eigen vrachttarieven en kan dus sneller een prijs afgeven.
- De mailberichten van 5 en 8 mei 2023 zijn van na de totstandkoming van de overeenkomst op 26 april 2023 en moeten dan ook buiten beschouwing worden gelaten bij de kwalificatie van de overeenkomst.
- Op de website van [partij B 1] staat dat zij zowel vervoersdiensten als expediteursdiensten aanbiedt. Op de website staat immers onder meer: “
- [partij B 1] staat in het handelsregister met ‘goederenvervoer over de weg’ geregistreerd.
- [partij B 1] heeft een vervoerdersaansprakelijkheidverzekering.
- [partij B 1] heeft nooit medegedeeld als expediteur te willen optreden.
- [partij A 1] heeft telkens alleen vervoeropdrachten gegeven aan [partij B 1].
- [partij B 1] heeft de general Polish forwarding terms 2010 niet van toepassing verklaard, die normaliter door Poolse expediteurs van toepassing worden verklaard.
- [partij B 1] rekent een all-in prijs.
- [partij A 1] ging ervan uit dat [partij B 1] een vervoersverplichting had. Dit blijkt uit een e-mail van 5 mei 2023 waarin [partij A 1] aan [partij B 1] schrijft: “
5.De beoordeling
juridisch kader
kwalificatie
We are organizing transport (..)”en “
I will do my best to find the best truck for You.”. De rechtbank legt dit zo uit dat [partij B 1] vervoer organiseert en in opdracht van [partij A 1] op zoek gaat naar vervoersmogelijkheden. [partij B 1] verricht het vervoer dus niet zelf en kan dit ook niet, omdat zij volgens haar onbetwiste stelling geen transportmaterieel heeft. Ook stuurde de heer [naam] van [partij A 1] na het eerste contact met [partij B 1] de voorstelmail van [partij B 1] binnen zijn organisatie door met de begeleidende tekst dat hij de contactgegevens van de Poolse ‘forwarder’ (lees: expediteur) doorstuurt. Bij aanvang van de overeenkomst heeft [partij B 1] zich dus voldoende duidelijk als expediteur gepresenteerd en [partij A 1] lijkt daar ook vanaf het begin van de overeenkomst tussen partijen vanuit te zijn gegaan.
forwarding service according tot the order”. Vóór de opdracht van 26 april 2023 had [partij A 1] al diverse keren facturen van [partij B 1] ontvangen voor andere transporten. Zij had dan ook voor het geven van die opdracht uit de facturen kunnen afleiden dat [partij B 1] expeditiewerkzaamheden aan haar aanbood. Dat [partij B 1] bij opdracht, en zo ook bij de opdracht van 26 april 2023, niet onmiddellijk vervoer kon toezeggen en een prijs kon afgeven, wijst ook meer richting een expeditieopdracht dan een verplichting tot het verrichten van vervoer.
Did you manage to deliver this shipment successfully?”. Dat [partij B 1] bovendien de general Polish forwaring terms niet van toepassing heeft verklaard op de overeenkomst, doet de rechtbank ook niet anders beslissen. Dat dit gangbaar zou zijn, zoals [partij A 1] stelt, maakt het immers nog niet noodzakelijk om te kunnen spreken van een overeenkomst tot het verrichten van expediteursdiensten.
conclusie