In deze kortgedingprocedure vordert eiser een verbod op de executoriale verkoop van zijn woning door gedaagden. De procedure omvatte een dagvaarding, conclusie van antwoord, en een mondelinge behandeling op 1 september 2025. Gedaagde 1 was aanwezig, gedaagde 2 niet, waardoor verstek tegen hem werd verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat gedaagden verboden wordt om vanaf 2 september 2025 vanaf 13.30 uur of later over te gaan tot executoriale verkoop van de woning gelegen aan een adres. Dit verbod geldt voor een termijn van zes maanden na betekening van het vonnis, onder dreiging van een dwangsom van € 2.500 per dag met een maximum van € 100.000.
Daarnaast worden de proceskosten aan gedaagden opgelegd en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De motivering van het vonnis zal later worden vastgesteld.